Kisangani vzw

Visvangst tafereel in het visstation te Ngene-Ngene

Mei 2003

Ngene-Ngene is een dorp op twintig kilometer van het centrum van de stad Kisangani. Sinds 1998 werkt de Faculteit Wetenschappen er heel actief op een visteeltstation van ongeveer 1 ha, dat terug werd opgebouwd dank zij het Project LUC-VLIR, de Provincie Limburg en Kisangani vzw.

Om aan dit station te geraken zijn er twee mogelijke wegen: de oude weg naar Buta in de noordoostelijke richting en de weg naar het vliegveld eerst oost en vervolgens noord. Beide wegen ontmoeten elkaar aan de vijvers in Ngene-Ngene. Beide toegangswegen zijn amper goed voor een voetganger, maar per fiets en per moto gaat het ook. De reiziger doorloopt een weg die nu eens stijgt en daalt, terwijl hij bruggen, gemaakt van boomstammen, oversteekt, waaronder prachtige riviertjes lopen met ijzerhoudend water met karakteristieke kleur, dan weer door een bamboewoud, waaronder het steeds erg vochtig is en waar een eeuwige modder ligt, dan weer door een oerwoud met grote bomen, waaronder de reiziger zich liever zou neervlijen en wat rusten in plaats van zijn weg verder te zetten onder een afmattende stekende zon.

De ploeg van het station stelt voor om de grootste vijver, vijver 19, te ledigen. Men vraagt om de beslissing geheim te houden om niet te veel mensen aan te trekken die het werk zouden bemoeilijken. Ondertussen beraden de verschillende verantwoordelijken van het project zich om een logistiek uit te werken die een geslaagde operatie zou garanderen. Een ploeg zou de avond ervoor ter plaatse gaan om rond 3 uur ’s morgens te beginnen de vijver te laten leeglopen. Ondertussen zouden op de Faculteit vaten met ijsblokken worden klaargemaakt om rond halfzes ’s morgens met de Toyota te vertrekken.

Om 7 uur is alles klaar om de actie te beginnen. De vissen worden met netten opgehaald wanneer het waterpeil genoeg gedaald is. Dit gebeurt onder zowel nieuwsgierige als vermakelijke, bewonderende en afgunstige blikken van een hele menigte, die vooral uit kinderen en vrouwen van alle ouderdom bestaat uit de omringende dorpen. Kreten worden uitgeschreeuwd, bij het zien van een grote Ngolo (katvis) die gevangen wordt, of wanneer en-kele grote specimens als kweek-vis terug in het water wordt gesmeten. Voor hen, gelijk hoe, kunnen vissen die gevangen worden, toch niet terug in het water gegooid worden, want ze zijn bestemd om op te eten!

Deze dag was het weer mild, in tegenstelling tot de warme dagen, goed gekend in Kisangani, waar de hitte ondraaglijk wordt vanaf 10 uur ’s morgens. Dit liet toe dat de vangst verder kon gezet worden tot 11 uur. De menigte eerst in afwachtende houding werd steeds ongeduldiger en eindigde met in de slijkerige vijver te springen waar de ploeg bevel gaf om een laatste maal uit te gooien. We beleefden een stormloop in alle richtingen en alle plaatsen, waar men een vis vermoedde werd systematisch afgezocht. De wanorde was zo groot dat er een handgemeen gevreesd werd en dat er ruzie gemaakt zou worden rond vissen die door vele handen werden gegrepen. Er werd dus maar beslist om het water terug in de vijver te laten, om zo de menigte toe te laten zich te verspreiden.

Na de vissen gekuist en gewogen te hebben, was de afrekening goed: 250 kg vis in één keer, waarvan een gedeelte ter plaatse verkocht werd en waarvan het grootste gedeelte in ijs naar de diepvries in de faculteit werd gebracht om daar verkocht te worden.

De vorige keer werd er 280 kg gevist. De grote vijver is nog steeds minder vruchtbaar dan de anderen, omdat de rivier daar vroeger doorstroomde. Nu de rivier werd omgeleid zal die vruchtbaarheid toenemen omdat de bemesting de vijver zal verbeteren.

Het schouwspel dat hier beschreven werd, toont aan hoe de menigte nood heeft aan vis. Inderdaad, zonder bekendmaking, enkel van mond tot mond gegaan, werd de bevolking van verschillende dorpen op de hoogte gebracht dat er een vijver zou geledigd worden om de vis eruit te halen. Ze kwamen terwijl alles bleef liggen, ook de school. Deze bevolking moet aangemoedigd en omkaderd worden om zelf zulke activiteiten te ondernemen om in haar eigen voedselzekerheid te kunnen voorzien.