Kisangani vzw

Terug naar Kisangani

Februari 2004

Na vijf dagen verblijf in de prachtige Kivustreek kunnen we het vliegtuig nemen in Beni. En wat voor kist… Een Antonov 32. We moeten er in langs de staart. 12 passagiers. Magda is de laatste. Van beneden kijkt ze verschrikt naar binnen: moet ik daar in? Het vliegtuig zit vol bagage: kisten, koffers, kartons, bakken en zakken. Aan elke kant een soort houten bank waar de reizigers moeten plaats nemen. Magda en ik kunnen onmogelijk zitten. Een struise blanke die de deur achteraan moet sluiten maakt ons met gebaren duidelijk dat we er uit moeten. We volgen hem naar voor waar we een verroeste ladder beklimmen. Weer overal bagage opgestapeld tot helemaal boven. Hij wijst ons een kist aan om op te zitten. Links van Magda en rechts van mij een paar reservebanden van het vliegtuig. Overal zakken vol met tuig en een tiental kartons met televisietoestellen. Voor ons de cockpit waarin reeds vier geblokte kerels zitten. Aan hun bonkige vierkantige hoofden te zien moeten dat Russen zijn. De vijfde kerel trekt de ijzeren ladder binnen, sluit de deur en blijft rechtstaan achter zijn kameraden.

De motoren worden aangezet. Het is geen stil geruis. Antonov 32 beweegt zich naar de startbaan. Plots staat het tuig stil. De motoren beginnen op volle toeren te draaien. Antonov davert en wij daveren mee. ‘t Is precies of alles gaat uiteenspringen.

Het vliegtuig raast vooruit. Geen riemen om ons vast te gespen, maar we houden elkaar vast. De vijfde Rus staat nog steeds recht. Hop, we zijn de lucht in. Oef. De man voor ons zet zich neer op een klein stoeltje. Het lawaai van de motoren verplicht ons in elkanders oor te roepen. Venstertjes om naar het immense oerwoud onder ons te kijken zijn er niet. Onze medereizigers achteraan kunnen we niet zien. Gelukkig komt er wat licht van uit de cockpit. De piloten hebben geen cowboyallures.

TolekaDe vlucht verloopt perfect. Na ongeveer zeventig minuten vliegen staat Rus vijf recht, kijkt even rond en schoort zich schrap. Hola! We bonken driemaal op de grond. De motoren gieren en Antonov remt. We houden elkaar vast. Onze kist en de reservebanden beginnen vervaarlijk naar voor te schuiven. Er vliegt een tv-toestel tegen mijn hoofd. Magda krijgt er één tegen haar schouder. "Moeten we nog lang vliegen?" schreeuwt Magda in mijn oor. "We zijn er", roep ik. Het vliegtuig staat stil. De motoren zwijgen. "’k Ben blij dat ik dit meegemaakt heb", zegt Magda. Eerst was ze doodsbang. In het Frans feliciteer ik de piloten. "No français", antwoorden ze. Dan maar in het Engels en ik zeg er bij dat we uit Belgium komen. Ze lachen vriendelijk en vertellen dat ze drie dagen geleden nog in Oostende waren. De deur vliegt open. We zijn terug in ons geliefde Kisangani. De hete zwoele warmte doet ons wat naar adem snakken. Dat kennen we. Van binnen voelen we een warm geluk. We herkennen het oude vliegveld. Een afvaardiging van de Faculteit Wetenschappen verwelkomt ons. We nemen plaats in de wagens en rijden de stad door naar de faculteit. Onderweg zien we honderden versierde taxifietsen. Sterke jonge mannen vervoeren hun klant achteraan op de fiets. Meestal een vrouw met kind en bagage. We kijken onze ogen uit. Zoveel fietsen! Het huis waar we drie weken zullen logeren is in zicht. We stoppen. De zestigjarige Alisi, die jaren lang bij ons in dienst is geweest, heeft Magda het eerst gezien. Als een jonge antiloop spurt ze naar haar toe. Heel en al blijdschap. Het weerzien is echt ontroerend. We zijn allen een beetje ouder geworden. De omhelzingen herhalen zich. Zo lang geleden. Voor mij bijna zes jaar geleden. Voor Magda bijna 14 jaar. Dan komen al die professoren en assistenten van het project. Hugo en Manja zijn op hun vertrouwde terrein. Er is echt vreugde om het weerzien. We voelen dat het hier om een project gaat van mensen voor mensen. We drinken en klinken op de samenhorigheid.

Gedurende enkele weken zullen we getuigen zijn van wat Kongolezen hebben bereikt in uiterst moeilijke omstandigheden.