Kisangani vzw

Reisverslag Kisangani

Augustus 2005

In de vorige Boyoma kregen jullie al een reisverslag van "onze voorzitter" Hugo Gevaerts over zijn reis van mei-juni 2005. Dit jaar kreeg ik weer de gelegenheid om mee te gaan (mijn tweede reis naar Kongo). Het bezoeken van de projecten is natuurlijk de hoofdbedoeling van de reis, maar buiten de projecten leggen we ook contacten en beleven we allerlei dingen, en daarover wil ik jullie vertellen.

We zijn vanuit Brussel naar Kigali (Rwanda) gevlogen. Daar worden we opgehaald door Cléon, een oud-student van Hugo die in Goma (Kongo) woont. Cléon is directeur van enkele kinineplantages. Samen met zijn vrouw Hortence hebben ze door hard werken een goede levensstandaard bereikt. Zij hebben een huis laten bouwen aan het Kivu-meer en ze staan erop dat we bij hen blijven logeren. We worden er werkelijk verwend; het is een mooi huis met een prachtig zicht op het meer. Het is bemoedigend dat er ook in Oost-Kongo mensen zijn die hogerop geraken.

Tijdens de twee dagen in Goma wordt Hugo wel 5 à 6 keer aangesproken door mensen die hem komen vertellen dat ze les van hem gehad hebben. In de periode 1980-1990 woonden Manja en Hugo 10 jaren in Kisangani. Hugo was prof en decaan van de faculteit Wetenschappen. Overal waar we komen wordt hij herkend als de "witte" prof van destijds.

Vanuit Goma vliegen we met een lijnvlucht naar Kisangani. Dit is een hele verbetering t.o.v. 2002, toen deze verbinding alleen met oude vrachtvliegtuigen (Russische Antonovs) gebeurde.

In Kisangani verblijven we in het guest-house van de Faculteit Wetenschappen van de universiteit. De Faculteit Wetenschappen is gevestigd in de gebouwen van een voormalige tabaksfabriek. Enkele van de fabrieksgebouwen zijn "ingericht" als leslokalen, dit wil zeggen dat de gebouwen zijn leeggemaakt en er stoelen en enkele tafels zijn in geplaatst. In een ander gebouw zijn de burelen voor de professoren en een computerzaal.

Er staan ook verschillende woonhuizen die destijds bij de fabriek hoorde. Hierin wonen een aantal professoren en assistenten. Eén van die huizen werd in de jaren tachtig ter beschikking gesteld van de gastprofessoren die vanuit België naar Kisangani gingen, het fungeerde toen ook als guest-house.

Tijdens ons verblijf worden de huishoudelijke taken uitgevoerd door Emani en Alice; voor de technische problemen (elektriciteit en water) kunnen we beroep doen op Manu; Mateso is de nachtwaker.

Reeds de tweede dag na onze aankomst in Kisangani zijn er kunstenaars die allerlei dingen komen verkopen: houten beeldjes, juweeltjes van hout en been, rieten bloempotjes, schilderijen. In Kisangani zijn geen toeristen, de enige mogelijke kopers zijn de mensen van de MONUC (blauwhelmen) en een aantal mensen zoals wij. Deze kunstenaarsverkopers komen 2 à 3 keren per week. We kopen allerlei zaken om in België te verkopen ten voordele van de vzw Kisangani.

Dagelijks (van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat) krijgen Manja en Hugo bezoek van verschillende mensen die hen gekend hebben in de jaren tachtig of waarvan de ouders hen gekend hebben. Zij komen Manja en Hugo groeten, maar vooral komen zij hun problemen vertellen; en allen hopen ze een financiële steun te krijgen. Niemand gaat met lege handen weg. Op een avond tegen zonsondergang stopt een fietser aan het guest-house met twee personen achterop. Zij brengen een oude man die aan één zijde volledig verlamd is. Hij had gehoord dat Hugo aangekomen was en wilde hem groeten. Hij hoopte (hij was er zeker van) dat Hugo hem kon helpen. ’s Anderendaags hoorden we van de mensen van de universiteit vertellen dat ze hem twee weken voordien naar het ziekenhuis gestuurd hadden. Daar was hij echter na enkele dagen verblijf zonder toestemming vertrokken omdat hij vond dat ze hem niet konden genezen. Hugo heeft hem overtuigd terug naar het ziekenhuis te gaan; bij ons vertrek kon hij al opnieuw een paar stappen zetten.

Samen met Jean-Louis Juakaly ben ik (achter op de moto) een aantal scholen gaan bezoeken. Eén van de scholen is de lagere school van Kabondo.

Kabondo is een vrij arme wijk. Zoals in de meeste scholen wordt ook hier in twee reeksen les gegeven. De ene week hebben de eerste reeks kinderen les in de voormiddag, de tweede week in de namiddag. Voor de tweede reeks is het andersom. Het werken met deze twee reeksen is bedoeld om de klaslokalen optimaal te benutten. In Kabondo bestaat de eerste reeks uit 1.280 leerlingen, de tweede reeks uit 1.300 leerlingen. In Kabondo zijn er per reeks vijf eerste leerjaren, vier tweede leerjaren en telkens drie klassen van de derde, vierde, vijfde en zesde leerjaren. Voor elke reeks zijn er 22 onderwijzers (waarvan 10 vrouwen); verder zijn er 2 directeurs en 2 onderdirecteurs. In het zesde leerjaar zijn er veel minder meisjes dan jongens, terwijl het aantal in de andere leerjaren vrijwel gelijk is. De oorzaak van deze sterke daling van het aantal meisjes is dat de meisjes reeds op de leeftijd van 12 jaar worden uitgehuwelijkt. De bedoeling van deze vroege uithuwelijking is zo snel mogelijk geld te ontvangen voor de rest van het gezin.

De kinderen die naar de school gaan dragen een uniform: een witte blouse of T-shirt samen met, voor de meisjes een blauwe rok en voor de jongens een blauwe broek. De onderwijzers ontvangen sinds een half jaar opnieuw een wedde (10 € per maand). De leerlingen betalen (in Kabondo) schoolgeld van 400 FC (1€) per maand, in de betere scholen is het schoolgeld hoger. Dit schoolgeld wordt gebruikt voor het onderhoud van de school en gedeeltelijk als bijkomende premie voor het onderwijzend personeel en directie. In het eerste leerjaar wordt nog met krijt op een lei geschreven. De borden zijn planken geverfd met bordverf zodat er met krijt kan opgeschreven worden, indien er krijt beschikbaar is. Er zijn versleten stoelen en tafels en ook nog versleten oude schoolbanken. Van de meeste vensters is het glas gebroken of er is geen glas meer in de ramen.

De meeste gezinnen bestaan uit 5 tot 8 kinderen, met een maandwedde van 2 tot 10 € per maand is het dus zeer moeilijk om de kinderen naar school te laten gaan. Wanneer ik kinderen met een uniform zag was ik gelukkig want dan wist ik dat zij de kans hebben om naar school te gaan, hetgeen voor velen nog onmogelijk is.

Tijdens ons verblijf heb ik de kathedraal bezocht, de moskee en een protestantse kerk.

Een bezoek aan de moskee was mogelijk na een afspraak, ik werd opgewacht door een vijftiental mannen. De rondleiding ging zelfs tot boven in de minaretten. Van op de minaret heb je zicht op het eilandje "kisanga"(in het Swahili) in de Kongo-stroom. Het zou op dat eilandje zijn waarop Stanley vertoefde en waarop nadien Tippo Tip zijn hoofdkwartier had. Het is een grote moskee, een mooi gebouw. Ik had de indruk dat deze mensen tevreden waren omdat ik geïnteresseerd was in hun moskee en in hun geloof.

De kathedraal kon ik bezichtigen terwijl een kleine groep jonge mensen liederen aan het oefenen was. In de kathedraal zijn enkele gekleurde glasramen en een mooi houten kruisbeeld met een zwarte Jezus-figuur, dat is prachtig. Een zondagvoormiddag ben ik naar een misviering geweest, ook Dieudonné Upoki en zijn vrouw Jeannette waren er. Er was juist het vormsel voor de 12-jarigen; er werden 210 kinderen gevormd. Bovendien was er vooraf nog het doopsel van enkele pasgeborenen en een 20-tal kinderen deden hun eerste communie.

De viering begon om 10 uur en was afgelopen om 14u30. Toen ik om 12u00 de kathedraal verliet (dit viel niet echt op want er werd voortdurend binnen en buiten gegaan) waren er een aantal liedjes gezongen, waren de kindjes gedoopt en was de priester bezig met het opsommen van de namen van de 210 kinderen.

Een volgende keer ga ik een gewone mis trachten bij te wonen in één van de vele kleine kerken.

Samen met Jean-Louis Juakaly, zijn vrouw Bénigne en de twee kleinste kinderen heb ik een protestantse misviering bijgewoond. Het gebouw was niet indrukwekkend maar de viering zelf was fantastisch. Er waren vier zangkoren: de moeders, de jongensstudenten, de jonge meisjes en een gemengd koor van meisjes- en jongensstudenten en ambtenaren. Afwisselend kwam elk koor vooraan staan en bracht een mooie uitvoering van een lied. De hele viering duurde twee uren maar die tijd was echt voorbijgevlogen, het was ontroerend mooi.

Manja en ik hadden een afspraak gemaakt met de vrouwenorganisatie UFCOD - Union des Femmes Congolaises pour le développement. UFCOD bestaat uit 33 verenigingen waarvan het ledenaantal varieert van 10 tot 30 vrouwen. De meeste verenigingen hebben velden die ze ontginnen, kweken kleinvee of naaien. Sommige verenigingen doen aan alfabetisering en organiseren taallessen. Er zijn veel vrouwen die nooit naar school geweest zijn. En zoals we al vernamen in de scholen zijn er ook hier vrouwen (intussen reeds 35 à 40 jarigen) die op zeer jonge leeftijd uitgehuwelijkt zijn en dus maar naar school gingen tot hun 11e of 12e jaar. Er zijn ook verenigingen die microkredieten verlenen. De bedoeling is de vrouwen te helpen om zelf een inkomen te verwerven door een krediet te geven om b.v. kleinvee aan te kopen waarmee ze dan kunnen kweken en jonge dieren verkopen, of een zak rijst die ze dan in kleine hoeveelheden doorverkopen. De kredieten variëren van 90 tot 165 €. Het was een zeer boeiende namiddag waarbij we openlijk van gedachten gewisseld hebben.

Een andere namiddag ben ik met Jean Louis de hele stad rondgereden, op zoek naar een geneesmiddel. Het nichtje van Jean Louis, dat bij hem inwoont, had malaria en de gewone middelen waren niet meer afdoend. De dokter had een nieuwer geneesmiddel voorgeschreven maar het was niet eenvoudig dit te vinden. Er zijn vele winkels waar medicamenten verkocht worden, ze noemen het wel apotheek, maar de meeste worden niet opengehouden door een apotheker. Er worden bijna geen doosjes medicamenten verkocht zoals hier. Meestal worden een aantal pilletjes geteld en verpakt in een zelf gemaakt papieren zakje. De herkomst van de medicamenten is niet gekend, ook de samenstelling niet.

Op een zondag zijn we samen met Pionus Katuala naar het domein van de vroegere Zoo van Kisangani geweest, in de stad heb ik rondgewandeld met Bernadette Ulyel, met Jean Pierre Mate en zijn vrouw Jeanne hebben we uren gebabbeld, Joséphine Katuala heeft me getoond hoe ze cake maakt en bakt in een houtoven,…

Een verblijf bij zulke boeiende en enthousiaste mensen is een onvergetelijke ervaring (ik kan blijven vertellen). Ondanks hun armoede en vele problemen blijven zij hopen en geloven in betere tijden. In feite heb ik alleen de mooie dingen verteld, alle ellende en moeilijkheden waarmee ze te kampen hebben zijn onbeschrijflijk, met woorden is dat niet over te brengen. Maar zij blijven optimist. En ik kan hen niet meer missen, ik kijk al uit naar de volgende reis!