Kisangani vzw

Op stap met de muizenkoning van Kisangani

Mei 2002

De breuk tussen België en Congo in 1990 zorgde ook voor een breuk in de uitwisseling van wetenschappers. Stilaan komt hierin verandering. Vorig jaar was professor Dudu Akaibe van de faculteit Wetenschappen van de Universiteit van Kisangani enkele weken op bezoek in het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. In zijn koffers had hij tientallen geprepareerde schedels en skeletten van spitsmuizen en muizen uit het tropische woud rond de stad aan de stroom.

Dudu brengt in Kisangani de indrukwekkende soortenrijkdom van het tropische woud in kaart. De Kongolese wetenschapper staat op het punt om één, misschien twee nieuwe soorten te beschrijven - het resultaat van een unieke samenwerking tussen het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en de Universiteit van Kisangani, gefinancierd door het staatssecretariaat voor Ontwikkelingssamenwerking.

In het CAPA-gebouw van het museum hangt een doordringende geur van naftaleen, zeg maar mottenballen, waarmee de duizenden opgezette zoogdieren en hun schedels bewaard worden.

Michel Louette, hoofd van het departement Dierkunde van het museum, licht het belang van het wetenschappelijke werk in Tervuren én de uitwisseling met Afrikaanse universiteiten toe: «Hier in Tervuren hebben we de grootste collectie dieren - schedels, skeletten en opgezette dieren - uit Centraal-Afrika. Die kan dienen als referentie voor het werk dat mensen als Dudu op het terrein verrichten. De rijke biodiversiteit in Kongo kan voor de plaatselijke bevolking van groot nut zijn. Denk maar aan voedselvoorziening, bestrijding van ongedierte, geneeskrachtige of andere chemische eigenschappen of zelfs op langere termijn het ecotoerisme wat een serieuze bron van inkomsten kan zijn.»

Schatkamer

Het werk van Dudu en zijn collega’s in Kisangani, dat de voorbije jaren al driemaal door een oorlog tussen de Rwandese en Oegandese bezetters is getroffen, is niet te onderschatten. Niet alleen omdat de Kongolese wetenschappers in uiterst penibele omstandigheden hun werk moeten verrichten, maar vooral omdat ze werken in één van de laatste natuurlijke schatkamers op deze planeet. «Het tropische regenwoud rond Kisangani maakt deel uit van het menselijke erfgoed. Als de buitenlandse pers praat over de natuurlijke rijkdommen van Kongo, dan gaat het altijd over grondstoffen als goud, diamant of coltan, soms over tropisch hout en bijna nooit de flora en fauna in dat bos,» zegt Dudu (50). «Er zijn weinig wetenschappers die op een continue manier de flora en fauna van het tropische regenwoud bestuderen. Ondanks alle moeilijkheden zijn we in Kisangani erin geslaagd om gegevens over die natuurlijke rijkdom te blijven verzamelen.»

Dudu Akaibe, die in 1991 zijn doctoraat aan de Antwerpse universiteit behaalde, is professor biologie en vice-decaan aan de Faculteit Wetenschappen van de Universiteit van Kisangani. De professor, een Logo uit Faradje, het uiterste noordoosten van Kongo aan de grens met Soedan, is apetrots op zijn collectie schedels van spitsmuizen en knaagdieren. «Het is best mogelijk dat we één of twee nieuwe soorten ontdekt hebben.» Als dat even meezit, lopen straks duizenden diertjes rond met de naam van Dudu.

Zijn werk in het tropisch woud is belangrijk, het is een stukje van de grote puzzel die inzicht geeft in de ecologische wisselwerking in dat woud.

Sinds eind 1996, het begin van de eerste oorlog in Kongo, heeft de wetenschappelijke staf in Kisangani geen echt salaris meer gehad. «En toch geven we verder les en doen we wetenschappelijk onderzoek. We kunnen ons niet permitteren om tien jaar geen studenten te hebben. Dat zou een catastrofe voor ons land zijn.»