Kisangani vzw

Naar Kisangani!

Oktober 2006

Beste Vrienden,

Na onze vlucht naar Kigali (Rwanda), een tocht naar Goma (Kivu, R.D.Kongo) en onze vlucht Goma-Kisangani landen we op de luchthaven Kisangani-Bangoka: we komen weer eens thuis. We worden opgewacht door zo ongeveer alle verantwoordelijken van de projecten in Kisangani. Na de nodige papieren rompslomp rijden we naar de stad: Faculté des Sciences, guest house. Het is een blij weerzien met al deze vrienden. Bij ons wordt er dan ook druk gebabbeld en iets gedronken. We zien ook Emani en Alisi terug, de twee die samen ons huishouden doen. Alisi pakt me vast, weent, weent om Erik die er nooit meer bij zal zijn. De volgende dagen zal ze vertellen hoe ze "deuil"* hielden op haren "boka"** voor Papa Erik, hoe ze allemaal van hem hielden en hoe "hij" in hun gedachten zal blijven. ’s Avonds gaan we allemaal eten in een klein restaurant. Het is dinsdag 3 oktober.

"Goed verlof" wensten de vrienden ons allemaal toe toen we vertrokken! Wat doen we daar wel in Kisangani? In het zonnetje zitten? Wel we staan ’s morgens op rond 7 uur en doen de deuren van het guest house open. We zijn blij als we elektriciteit hebben, er komt geen water uit de kraan dat weten we. In de badkamer staan de nodige met water gevulde emmers: we vullen een kleine bassin en wassen ons. Tanden worden gepoetst met ofwel filterwater ofwel flessenwater, zeker niet met het water uit de emmer en ook niet met kraantjeswater. Intussen is Emani gekomen. Hij dekt de tafel en maakt koffie; als er geen stroom is steekt hij de bamboula aan, het houtskoolvuurtje. En dan ontbijten we met brood, kaas uit Goma, mierzoete confituur ter plaatse gekocht (van Dubai) en natuurlijk fruit, papaye met suiker en citroen en bananen. Intussen komen onze eerste bezoekers: Benoît Dhed’a, Pionus Katuala, Jean Louis Juakaly, Benjamin Dudu en zo vele anderen….. De eerste dag is begonnen en de planning wordt gemaakt.

Eerst een vergadering, voorgezeten door Dieudonné Upoki, coördinator, en Hugo: daar worden alle goede en problematische zaken van het project aangekaart. Soms wordt het woelig. Dat is een goede start om alles te gaan bekijken. Upoki legt uit hoe de groep de taakverdeling heeft aangepast, de verantwoordelijkheden van de "superviseurs" en de "responsables". Dan is het middag geworden en zoals alle Belgen eten wij ook ’s middags: de gewone Kongolees, de gewone werkmens eet alleen ’s avonds; zij die het wat beter hebben eten ’s morgens en ’s avonds, de meeste eten nooit ’s middags. Emani gaat naar de markt met een hele boodschappenlijst en Alisi heeft dan gekookt: rijst met bonen en veel ajuin. Ik had geen tijd om mee te gaan om vlees te kopen en dus hebben we dat dan maar zo gelaten. Uiteindelijk heb ik gedurende ons hele verblijf de tijd niet gehad om naar die markt te gaan en heeft Emani zo goed als het ging vlees gekocht. Een man in Kongo kookt normalerwijze niet thuis en kent dat vlees niet zo goed. Maar onze Alisi heeft hem uitgelegd hoe en wat, ik heb dan ook nog eens goede raad gegeven en zo is het vlees kopen af en toe gelukt. Bonen in alle kleuren en maten, heel lekker, worden ook op de markt gekocht, maar onze groenten, het fruit en de rijst kopen we bij ons project, ook kip kopen we daar en vis als het kan. Aardappelen heb ik niet gekocht: die zijn zo verschrikkelijk duur, dat is echt feestelijk eten; ze zijn zo duur omdat ze zoals tomaten, bloemkool e.a. groenten per vliegtuig uit de Kivu worden aangevoerd: Kisangani is te warm en te vochtig voor die teelten. In de namiddag zijn we dan alleen wat in de Faculteit gaan rondkijken: de bananen, de groenteteelt, bij de varkens wat gaan neuzen, bij de kippen en de konijnen. Terug thuis staan er al mensen te wachten: verkopers van schilderijen en artisanale voorwerpen; en verder volgen de bezoekers elkaar op: voor Hugo professoren en assistenten, Kisanganezen (Boyomais) die we kennen, en voor mij de vrouwen van de professoren en assistenten en vertegenwoordigsters van vrouwengroeperingen: sommigen om wat te babbelen, anderen met een verlanglijstje. De bezoekers en de verkopers blijven zo alle dagen komen tot als we drie weken later weer vertrekken. Bij die bezoekers zijn er ook de vrienden van Magda en Erik, genezen melaatsen en genezen tuberculoselijders en vroegere werknemers zoals Lufutu. Magda heeft voor hen allen een brief meegegeven met enkele foto’s, en soms wat meer…

De volgende dagen bezoeken we dan de verschillende sites; zo een bezoek neemt meestal de hele dag omdat het iedere keer een evaluatie moet zijn: waar zijn we mee bezig, waar staan we nu, is alles in orde zoals het moet, waar gaan we naar toe, hoe is het met het werkvolk (in het Swahili!), waar zitten de problemen? Hoe lossen we die op?

We bezoeken Ngene Ngene met de visvijvers onder leiding van Jean-Louis Juakaly en Joseph Ulyel. Heel de groep verantwoordelijken is er, dat is ook nodig: er zijn de visvijvers, maar er worden varkens gehouden en geiten, kippen en eenden; er is een grote ananasplantage, er zijn palmbomen aangeplant en treculia. Vroeger werden er alleen tilapia "makoke" en clarias (een soort katvis) gekweekt. Tilapia is een vis heel gegeerd door de Europeanen, maar de Kongolees eet liever een Citharinus "loboku", ook de katvis "ngolo" en de Auchenoglanis "feke". Dus nu worden de loboku, de ngolo en de feke gekweekt.

In Ngene Ngene zijn er nu ook koeien: een kleine groep van onze superviseurs heeft enkele koeien aangekocht. Die komen uit de oostelijke bergstreek van Kongo. Blijkbaar lukt het kweken in Kisangani, al is het er warmer en vochtiger dan in het oosten. Sommige koeien hebben al gekalfd en anderen zijn drachtig. Deze runderen houden het gras kort en hun uitwerpselen verrijken de vijvers. Alleen is het opletten geblazen: de beesten mogen niet op de dijken tussen de vijvers grazen, hun gewicht zou de dijken kunnen beschadigen. Er moeten dus afsluitingen geplaatst worden. Een andere medewerker heeft enkele geiten, ook die grazen goed, ook die uitwerpselen zijn interessant, maar ook die geiten moeten afgeschermd worden: de geiten vreten jong plantgoed op dus ze mogen niet in de plantages.

Onder begeleiding van Jean Pierre Mate bezoeken we de groentekweek op de Faculteit: we vertelden dat al vroeger maar het blijft wonderbaar hoe ze er in geslaagd zijn een dor onvruchtbaar terrein in een zo mooie groenteplantage te veranderen. De akkerbosbouw en het gebruik van compost wordt daar ten volle toegepast en is daar werkelijk tot voorbeeld geworden. Prachtig onderhouden groentebedden, omzoomd door hagen die gesnoeid worden en groenbemesting vormen, leveren gezonde, lekkere groenten. We kijken wat verder en bewonderen de grote bananenregimes in de bananenplantage. Onder leiding van Benoît Dhed’a en met financiële steun van INIBAP, is deze plantage uitgegroeid tot een volledige collectie van al wat er in de regio als bananensoorten te vinden is, en het zijn er velen: kookbananen en dessertbananen in tientallen variaties. In de dagen die volgen zullen we zowel van de bananen als van de groenten kunnen meegenieten. De mensen die dit alles hebben leren kennen vragen groentezaad en bananenscheuten: er is zo veel vraag dat ze er niet aan kunnen voldoen. Weer wat verder zijn de varkensstallen: goede functionele eenvoudige stallen, met gezonde varkens, beren, zeugen en biggen: het zit er allemaal. In de buurt zijn ook de konijnenhokken, de rietratten en de kippen en eenden. Dieudonné Upoki is verantwoordelijk voor deze dierenkweek en aan alles ziet men hoe goed hij dat allemaal opvolgt, zorgt dat ieder zijn werk doet en ieder dier goed verzorgd wordt. Het is een voorbeeld voor de bevolking. Nog al wat werknemers van de faculteit starten een varkenskweek of konijnenkweek bijgestaan door onze medewerkers. Upoki wordt hier vervangen door Gembu, want zijn taken als professor en als coördinator van al de projecten nemen hem heel veel tijd in beslag.

We vertelden u al dat de rijstvelden van Djubu Djubu midden in de stad liggen, in het moerasgebied van de Djubu Djubu tussen de administratieve gebouwen van de universiteit en het stadscentrum. Dit gebied is herschapen in rijstvelden en na al deze voorbije jaren hebben velen dat voorbeeld gevolgd. Velen die een veld hebben in moerasgebied telen nu rijst, goed wetende dat de opbrengst van deze "natte" rijst veel groter is dan van de "droge" rijst. Op onze terreinen worden verschillende soorten "natte" rijst uitgeprobeerd en dan wordt er verder geteeld volgens de smaak of/en de mogelijke productie. Toen we er waren werd er hard gewerkt: de rijstplantjes uit een kweekveld werden uitgezet in een groter veld om het plantgoed verder te laten uitgroeien. De mannen staan onder de gloeiende zon in het water (met botten aan, maar toch); ze hebben in één hand een pak plantjes die ze in heel kleine groepjes in het slijk onder water met de andere hand uitplanten; dit is voortdurend bukken; het is heel arbeidsintensief: binnen enkele maanden zien ze en eten ze de vrucht van hun arbeid.

Masako is in feite een bosreservaat waar een "gîte" is. In dat bosreservaat gebeurt heel wat wetenschappelijk onderzoek, licentiaatstudenten zijn er gevormd en doctorandi hebben er het basisonderzoek voor hun doctoraatsthesis gedaan. De gîte wordt dan gebruikt om de eerste gegevens te verwerken, maar ook om er te verblijven gedurende de dagen dat stagiairs en wetenschappers daar werken. De gîte was een verblijfplaats in de koloniale periode van de verantwoordelijke van het bosreservaat en werd in de jaren tachtig zo goed mogelijk hersteld. Naast het huis is er nu ook een varkensstal, in samenwerking met de bewoners van het dorp Masako en is er ook groentekweek. Varkensstal en groentekweek hebben hier vooral de bedoeling om de boeren van Masako te leren hun grond te bewerken en aan dierenkweek te doen. Daar zitten we in een dorp midden n het bos, waar onze manier van werken echt een noodzaak is zowel naar de mens toe als naar het milieu toe. In feite is het er moeilijk werken, maar een klein aantal boeren volgt ons en de hoop leeft dat de rest ook volgt. Eén van hen, Aloïs, kweekt vis (Erik Nollet heeft daarover geschreven, nr. 15 van 2006) en heeft ook groentevelden aangelegd: hij is een voorbeeld van ons doel.

Zoals ge weet is ons hoofddoel: de bevolking leren hoe men aan duurzame landbouw doet in een arm land als Kongo, hoe men dus groenten en rijst teelt en hoe men dierenkweek als varkens, konijnen en vis kweekt met weinig middelen en zonder het milieu te vernielen. Het gaat er dus niet in de eerste plaats om dat op onze velden en in onze stallen winst gemaakt wordt, maar het gaat er vooral om dat we door de "demonstratie" anderen aanzetten teelten en kweken op te zetten voor zichzelf. De voorbeelden daarvan zijn we gaan bezoeken.

We rijden 15 km naar het noorden, richting Buta, tot Batiamaduka. We schreven al over deze plek en het blijft de moeite waard. Dit dorp heeft een Chef de Collectivité die meewerkt; dit dorp heeft een school met een schoolhoofd, een man die overtuigd is van het nut van dierenkweek en plantenteelt. Het doet plezier te zien dat er een groenten-bananenveld ligt dat rendeert; en het doet plezier dat de varkens en konijnen verder gekweekt worden. We hebben wel gevraagd dat de leerlingen van de school nog meer betrokken worden bij dit werk: de meeste van deze kinderen blijven later in deze dorpen en zullen dus van het land moeten leven en dan telt de leuze "jong geleerd is oud gedaan". Maar wat ook plezier doet is het feit dat er belangstelling is voor een dorp vanuit internationale organisaties: PAM die nog regelmatig bonen bezorgd, maar vooral de Belgische Technische Samenwerking die hier een gezondheidscentrum heeft gerenoveerd en die hier een hele nieuwe school heeft gebouwd: mooie, geschilderde klaslokalen, goed bemeubeld met stevige schoolbanken waar rijen frisgewassen kinderen met witte bloesjes/hemdjes aan, zitten, waar een tevreden leraar les geeft.

En dan steken we met 4 moto’s de Kongostroom over in een prauw en rijden enkele km naar het zuiden. We bezoeken Djasia, een niet meer zo jonge man die daar een klein landbouwbedrijf probeert uit te baten: hij heeft visvijvers, doet varkensteelt en heeft groenten en bananen. Hij werkt samen met onze groep, hij wordt gesteund met raad en daad. Echt rendabel, commercieel bekeken, kan zo’n bedrijf niet zijn: daarvoor liggen de marktprijzen veel te laag, maar toch maakt hij kleine winsten zodat hij spaarzaam kan leven.

Er is ook Dechaux, hij heeft visvijvers in de vallei van Kabondo en werkt intensief samen met onze viskweek: ervaringen worden uitgewisseld maar ook het werk wordt samen gedaan. We hebben het leegmaken van één van die vijvers meegemaakt: een spektakel van jewelste! Al de kinderen uit de buurt staan er rond te trappelen van ongeduld: als de grote vis uit de vijver is, en het water van de vijver is bijna weg dan mogen de kinderen de restvis uit de vijver halen. Ze springen er helemaal aangekleed in en anderen in hun blootje. Na een tijdje loopt het water terug in de vijver en lopen al die kinderen met "hun" vangst triomfantelijk naar huis: daar is er vis op tafel die avond. De echte vangst wordt onmiddellijk verkocht per 5 kg aan 2,5 dollar ( dat is zowat 2 euro) de kg. Ook wij kopen vis. Maar onze 5 kg is wel wat veel voor ons, maar niet voor Emani en Alisi die het grootste deel kunnen meenemen. Verder hebben we nog rondgereden om vele kleinere en grotere velden te bekijken en zo beter noden, mislukkingen en successen te kunnen aanvoelen. Naar het einde van ons verblijf was er weer een vergadering met Dieudonné Upoki als voorzitter. Alle deelprojecten werden doorgenomen en conclusies getrokken. Zoals altijd en overal zijn er grotere en kleinere dingen die misgaan maar de eindafrekening is enorm positief: in Kisangani wordt er nog altijd even enthousiast gewerkt aan een betere toekomst. Aan de Faculté des Sciences maakt een nieuwe generatie zich klaar om verder te zetten en over te nemen wat er nu al 10 jaar gedaan wordt. De toekomst ziet er dan ook goed uit.

Tevreden hebben we deze weken mogen en kunnen afsluiten om u dan nu dit alles te kunnen schrijven. Ik kan u, beste vrienden, nog heel veel vertellen over alle kontakten die we weer hadden, over ons verblijf gedurende enkele dagen in de Kivu, over ons afscheid van Kisangani…. Maar dat allemaal komt er wel een volgende keer van!