Kisangani vzw

Mensen in Kisangani (1)

November 2004

[Nederlands] [français]

Tijdens ons verblijf te Kisangani, januari 2004, kwamen vele vrienden en kennissen ons groeten. Steeds gaven ze ons, als kwamen ze ten offer, wat bananen, een ananas, rijst, eieren, een kip en zelfs een geit. Ze wilden ons hun vreugde en verdriet meedelen. Ontroering was voor mijn vrouw Magda en mijzelf een dagelijks gevoel. De lezers van Boyoma willen we deelachtig maken aan dit gebeuren.

Zoals die verpleegster die aan Magda kwam vertellen dat ze van de dienst verwijderd werd omdat ze financieel gesjoemel had ontdekt. Ze werd werkeloos met thuis vier kinderen en een verlamde man. Ik zie ze nog voor mij, klein van gestalte, zeer ijverig en vol inzet, te fier om te bedelen. Zo iemand laten we niet vallen.

We kregen ook bezoek van Faustin, uit de Kasaï afkomstig. In de tijd van Belgisch Kongo boy geweest bij een Vlaamse familie in Stanleystad. In de late jaren tachtig was hij huisknecht bij onze collega’s. Glunderend gaf hij ons een grote tros van die kleine lekkere banaantjes en vroeg nieuwsgierig naar zijn laatste blanke werkgevers, Monsieur Jane (Jan) en Madame Lita (Rita). Hij straalde toen we hem de omslag aanboden die ze ons hadden toevertrouwd. Een achterstallig loon? Neen. Een schadevergoeding? Zeker niet. Een neokoloniale..? Komaan, gewoon een waardering voor wat hij was en is… we hebben je niet vergeten, Faustin… Hij reed met een mountainbike. Waar had hij die vandaan? Een paar jaar geleden was er een vliegtuig geland uit Oeganda, volgeladen met fietsen. Ze werden verkocht per kilo, zei hij. De prijs ben ik vergeten, maar het was spotgoedkoop.

Van Nederlandse vrienden hadden we heel wat splinternieuwe babykledij meegekregen. Daar helpen we Kongo niet mee bovenop. Maar de mama’s en de papa’s die dit lezen moet ik zeker niet overtuigen van de weldaad wanneer zo’n klein wezentje getooid wordt. Niet het sukkelaartje wordt geholpen, maar het kind van Mama en Papa en de ganse clan wordt gewaardeerd.

Mag ik je Zimbo voorstellen, een der zonen van onze keukenprinses, Alisi? Hij was politieagent geworden uit idealisme, om zijn familie, de buren en de zo velen te beschermen tegen het banditisme, vooral verricht door vreemde soldaten… Hij had zoveel onrecht en brutaliteit gezien, bedreven door gewapende mensen. Straks zou hij ook een wapen dragen en met stalen blik de orde handhaven. Agent Zimbo, een kunstenaar zonder opleiding zou eerder kunnen doorgaan voor een Kongolese Franciscus. Hij had enkele beeldjes in klei geboetseerd, wat gedroogd en gebakken in de gloeiende houtskool. Primitief schoon. Echt. Ze staan bij ons thuis op de kast. Ze zouden verpulveren als je er op duwt. Zo broos. Als Zimbo zelf. Al is hij groot en sterk, hij is een jonge, zachte vader. Hij toonde mij zijn driejarig zoontje, ook Erik genaamd. Jij bent de papa zei hij schalks. De olijke kleuter keek schichtig van achter de lange rokken van zijn gezonde, welgevormde mama. Ik zei "graag gedaan". Daarmee was ik schatplichtig.

Germaine, 21 jaar, gelukkig genezen van longtuberculose, komt ook op bezoek Ze kreeg een voorkeurbehandeling en weegt nu te veel. Vermageren moet ze. O contrast, in een land waar zo velen ondervoed zijn. Haar lieve ouders staan in het lager onderwijs maar worden niet betaald. Zo zijn er duizenden. Verschrikkelijk. Germaine vertelt dat hun televisietoestel het liet afweten. Het vervangstukje dat redding moest brengen kostte 10 dollar. Daar zij zeker recht hebben op informatie gaf ik het nodige geld. "‘k Zal het aan vader geven," zei ze, "want moeder zou er eten mee kopen."

Als je aan vader wat geeft, dacht ik, mag je de moeder niet in de steek laten en ik gaf wat mee voor mama Brigitte die ons ’s anderendaags kwam bedanken met een reuzenananas van haar veld waar de groenbemestingmethode van Prof. Mate werd toegepast.

Er zijn nog zo veel mensen van Kisangani waar ik over te vertellen heb. Daarover zal meer te lezen vallen in Boyoma 12. Tenslotte wil ik het volgende kwijt. Moest ik burgemeester zijn van Kisangani dan zou ik de blanke man, Monsieur Nzinza, tot ereburger van mijn stad benoemen. Wat een mooi Afrikaansklinkende naam. Die nz..nz..nz..doet het.

Onder de titel "Kisangani verloren stad" schreef Walter Zinzen een boeiend journalistiek boek. Tientallen bewoners heeft hij ondervraagd hoe zij hun stad in haar geschiedenis zagen. Hij is daar wonderlijk in geslaagd. Historici kan het aanzetten tot verder onderzoek en een historische romanschrijver zou er zijn materiaal in vinden.

Maar lezers van Boyoma zouden nog beter de context begrijpen waarin het project, door hen gesteund, zich afspeelt. Een aanrader dus om op het verlanglijstje te plaatsen.

En jij, lieve lezeres, lieve lezer, dank ik voor je belangstelling en namens de vele Kongolezen in en buiten Kisangani, voor jouw steun. Melesi mingi. Velen dank.

Een voorspoedig nieuwjaar uit de grond van mijn hart.