Kisangani vzw

Indrukken na een kort werkbezoek aan de Université de Kisangani

Mei 2003

Van 6 tot 14 juni 2003 ondernam ik voor de Vlaamse Interuniversitaire Raad een formuleringszending naar de Université de Kisangani (UNIKIS) voor het uitwerken van een Eigen Initiatief in het kader van de Interuniversitaire Ontwikkelingssamenwerking. Door de moeilijke vliegverbindingen vanuit Entebbe was ik uiteindelijk maar vier dagen ter plekke. In wat volgt geef ik een korte overzicht van de belangrijkste indrukken die ik in die korte periode opdeed.

Kisangani heeft erg geleden onder de voorbije problemen, stukgeschoten gevels en leegstaande, halfvervallen winkels en gebouwen zijn daar de getuigen van. De stad leeft grotendeels afgesneden van de rest van het land, en de enige toevoer van goederen gebeurt met onregelmatige vrachtvliegtuigen. De universiteit is nagenoeg volledig geïsoleerd geraakt van contacten met de internationale academische gemeenschap, er zijn geen middelen om de infrastructuur te onderhouden en er worden zelfs geen salarissen meer uitbetaald aan de professoren. Nochtans probeert UNIKIS haar werking verder te zetten, er zijn studenten die een opleiding krijgen en men probeert enige basisactiviteiten van wetenschappelijk onderzoek lopende te houden. De universiteit draagt ook bij tot het leveren van de kaders in de burgerlijke administratie.

Ondanks de problemen heeft de Faculté des Sciences geprobeerd haar activiteitsniveau op peil te houden. Ook hier zijn een aantal gebouwen geplunderd, en laten dezelfde materiële tekorten zich gelden als voor de rest van UNIKIS. Opvallend is echter de wijze waarop de professoren van het departement Ecologie (waar ik de meeste contacten mee had) erin geslaagd zijn om desondanks verder te blijven werken. Het gaat hier om biologen die allemaal hun doctoraat in België behaalden en nu een uitstekende ploeg vormen binnen dit departement. Hun goed onderhouden zoölogisch museum, de verzorgde bibliotheek en laboratoria, en de lijst met eindverhandelingen tonen aan hoe zij voortdurend belang zijn blijven hechten aan de kwaliteit van hun onderwijs. Even impressionant is hun inzet voor onderzoek. Met de hulp van kleine door Belgische fondsen gesteunde projecten hebben zij experimenten gestart met o.a. varkenshouderij, kweek van kippen, konijnen en rietratten, bananen, ananas, rijst en viskweek. Veel aandacht gaat daarbij naar duurzame en geïntegreerde processen zoals het verwerken van plantaardig afval door het kleinvee en de compostering van geproduceerde mest. Deze experimenten zijn bovendien zodanig opgezet dat zij ook dienen als demonstratieprojecten en zo groepen van landbouwers ertoe aanzetten om een soortgelijke aanpak te overwegen. De hoge opbrengst van de experimentele velden draagt bij tot het verder uitbouwen van de projecten zelf, maar moet vooral gezien worden als een positief voorbeeld in deze streek waar de situatie zo hopeloos lijkt. De biologische achtergrond van de professoren laat zich duidelijk voelen in hun bezorgdheid om het behoud van het regenwoud en het zoeken naar duurzame combinaties van landbouw en natuurbescherming. Naast hun toegepast onderzoek, steken zij trouwens nogal wat energie in onderzoek naar de biodiversiteit van de natuurlijke biotopen in de buurt van Kisangani. Dat zij er ondanks de verschrikkelijke problemen toch nog toe komen om bijvoorbeeld de eigen Annalen van de faculteit uit te geven met daarin rapporten over hun onderzoeksactiviteiten, illustreert de vastbeslotenheid van deze groep. Ik was diep onder de indruk van het doorzettingsvermogen, de werkkracht, inventiviteit en optimisme van de collega’s op UNIKIS. Ondanks de moeilijke situatie van Kisangani, meen ik dat het van groot belang is om deze groep mee te ondersteunen en zo een stimulans te geven aan de herontwikkeling van deze universiteit en de hele streek.