Kisangani vzw

Een herinnering aan prof. em. Dr. Walter Verheyen

Januari 2006

[Nederlands] [français]

Al in de jaren zestig was de naam van professor Walter Verheyen in Kongolese intellectuele middens wijd en zijd bekend. Het grote aantal werken die hij geschreven heeft over de nationale parken in de Democratische Republiek Kongo, is hiervan het beste bewijs. Wat betreft de Universiteit van Kisangani, beschikt de Faculteit Wetenschappen over heel wat publicaties die door de professor zijn samengesteld, vooral op het vlak van taxonomie, systematiek en dierlijke ecologie. Dit werk gaat van de jaren zestig tot vandaag de dag. Ik wil alleen maar zeggen dat zijn wetenschappelijke werk nog altijd een vruchtbare bron betekent en zal betekenen voor onze Alma mater, vooral op het vlak van de Afrikaanse mammalogie (de studie van de zoogdieren in Afrika).

Ik wil even het begin van mijn wetenschappelijke avontuur schetsen dat me tot aan de voordeur van professor Walter Verheyen heeft gebracht. In 1979, aan het einde van mijn licentiaatstudies aan de faculteit wetenschappen van de universiteit Kisangani, schreef ik een korte studie over de knaagdieren op het eiland Kungulu in de Kongo-stroom. Het jaar nadien kon ik aan de slag als jonge assistent van de Belgische professor Hugo Gevaerts.

Ik moet toegeven dat het onderzoek van een specialist in de Afrikaanse ratten, Dr. Xavier Misonne van het Koninklijk Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel, mijn avontuur wat betreft de studie van ratten bijna in de kiem had gesmoord. Dit was te wijten aan een echt misverstand over wetenschappelijke contacten door de Afrikaanse decaan van de faculteit wetenschappen van de Universiteit van Kisangani in de periode 1980-1981.

Om kort te zijn: ik heb moeten wachten tot 1984 vooraleer de contacten tussen de professoren Gevaerts en Verheyen ervoor zorgden dat ik een stage van 3 maanden in het Antwerpse labo van prof. Verheyen (Universiteit Antwerpen) kon lopen.

Dit vormde mijn entree in de wetenschappelijke familie van deze Belgische universiteit en van mijn kennismaking met de professoren J.Hulselmans, E.Van der Straeten, R.Verhagen en tal van anderen in België en de rest van de wereld.

Professor W.Verheyen was een grote pedagoog, een harde werker en een ernstig leermeester. Hij had veel zin voor humor en behandelde zijn leerlingen heel menselijk en met veel vriendschap. Volgens mij waren zijn echte vrienden mensen die zich net als hij op hun werk storten en die altijd meer willen, zonder het moe te worden.

Zo heb ik hem vaak ’s avonds laat het labo zien verlaten (vaak haalde zijn echtgenote hem af) en hij had de gewoonte om in zijn kantoor bezoeker na bezoeker te ontvangen, een beetje zoals een goede dokter voor wie de patiënten geduldig defileren. Dienstbaar als hij was, heeft hij me vaak thuis ontvangen of me persoonlijk naar de luchthaven in Brussel gebracht.

Ik heb de beste herinneringen aan de professor. Ik zal er maar enkele vermelden. Op een dag had ik er genoeg van, al die verplaatsingen tussen het labo en de Anna Bijnstraat waar ik woonde, ook omdat ik mijn vrouw en kinderen lange tijd niet gezien had. Daarom vroeg ik hem of mijn onderzoeksresultaten nog niet volstonden zodat ik weer naar Kongo zou kunnen terugkeren. Vol medelijden streelde hij mijn haren en zei me dat hij wilde dat ik een diploma zou halen dat dezelfde waarde had als dit van mijn Belgische collega’s. Sindsdien begrijp ik nog altijd dat hij gelijk had.

Later, nadat ik klaar was met mijn doctoraat, hebben hij en zijn vrouw voor mij, mijn vrouw en mijn zoon Christian die in Antwerpen geboren is (in het Middelheim-ziekenhuis) een zeer mooi feest bij hen thuis georganiseerd.

Op de vooravond van mijn terugkeer naar Kongo nodigde hij me uit in het restaurant van de universiteit. Daar stelde hij me voor aan de toenmalige rector van de universiteit, professor W.Decleir. De rector zat aan dezelfde tafel als wij. Lachend vertelde professor Verheyen dat ik zou terugkeren naar Kongo en dat hij hoopte dat ik goed gevormd was in zijn "school". Hij wenste ook dat ik mijn kennis in mijn land zou uitdragen.

Ons wetenschappelijk parcours bewijst vandaag dat dit gelukt is, zoals u verder zult lezen.

Sinds mijn terugkeer naar Kongo ben ik gemiddeld niet alleen één jaar op drie voor enige tijd teruggekeerd naar België in het kader van mijn studies, maar heeft ook het Laboratorium voor Ecologie en het beheer van Dierlijke Bronnen in Kisangani zich goed ontwikkeld. In dit labo krijgen veel jonge vorsers een opleiding in directe samenwerking met de Belgische universiteiten en wetenschappelijke instellingen. Enkele assistenten van mij, zoals Pionus Katuala, Sylvestre Gambalemoke en Célestin Danadu, hebben het voorrecht gehad om in Antwerpen kennis te maken met de professor en met hem samen te werken. Zo zijn onze capaciteit en ons team fors gegroeid en raakt onze deelname aan wetenschappelijke bijeenkomsten zichtbaar, vooral dank zij de inspanningen van de jonge professoren zoals Herwig Leirs, die door professor Verheyen gevormd zijn.

Terecht heeft Pionus Katuala tijdens zijn verblijf in Antwerpen opgemerkt dat professor Verheyen niet alleen een expert was in de biologie en meer in het bijzonder wat betreft de Afrikaanse knaagdieren, hij was ook een onderzoeker op het vlak van etnologie. Tijdens zijn talrijke uitstappen over heel de wereld, verzamelde hij niet alleen materiaal in verband met biologie maar collectioneerde hij ook kunstwerken. Zo kon hij met even groot gemak spreken over de maskers van de Zande, de Kuba, de Tshokwe of de Pende als over de knaagdieren in het Nationale Garamba Park, de parken in Katanga, Kwango of de Kasaï. Hij beschreef deze maskers en gaf telkens de culturele of sociale functie ervan, tot grote verbazing van de gesprekspartners die vaak uit de betrokken regio afkomstig waren. Iedereen die de kans heeft gehad om hem thuis te bezoeken, keerde terug met de indruk dat hij net een hoekje uit een beroemd Museum had bezocht.

Tenslotte wil ik u, beste vrienden, niet onthouden dat ik onlangs zeer vereerd was omdat de professor een nieuwe rattensoort naar mij heeft vernoemd, de "Lophuromys dudui".

Onze meester, professor emeritus Walter Verheyen is plots vertrokken. We kunnen hem de grootste eer bewijzen door een vruchtbaar gebruik te maken van zijn indrukwekkend wetenschappelijk werk en door ons werk daaraan toe te voegen.

Vaarwel beste Meester.