Kisangani vzw

Een boom vol toekomst voor Kisangani

Augustus 2004

Hoewel de boerenbevolking van Kisangani de Treculia africana goed kende, was de nuttige boom tot 1990 niet of nauwelijks in gebruik. In 1992 publiceerde pater Bijtebier een document waarin hij de eigenschappen en de voedingswaarde van deze plant beschrijft, het resultaat van jaren onderzoek in zijn parochie Pendjua, in het noorden van Bandundu (D.R. Kongo).

De waardering voor deze plant als vruchtboom is maar echt begonnen met het Project van Rotary International "Project Agroforestry 3-H", een initiatief van de professoren Jean Declerck (voorheen gastprofessor aan de Faculteit Geneeskunde aan de Universiteit van Kisangani), Jean Lejoly (professor aan de Université Libre de Bruxelles, Laboratoire de Botanique) en Hugo Gevaerts (voormalig decaan aan de Faculté des Sciences, UNIKIS en professor aan het Limburgs Universitair Centrum).

Deze drie professoren hebben zich, samen met hun collega’s van de Universiteit van Kisangani ((Prof. Léopold Ndjele, Valentin Kamabu en Jean-Pierre Mate), voornamelijk laten inspireren door de belangrijke resultaten van het werk van pater Bijtebier om deze boom ingang te doen vinden bij de bevolking van Kisangani. Dit project Agroforestry 3-H liep van 1995 tot 1998.

In deze periode zijn verschillende plantages aangelegd en er werden duizenden plantjes uitgedeeld aan de bevolking. De verschillende oorlogen van de voorbije jaren hebben een normale ontwikkeling van dit project verhinderd.

Gelukkig ontstond in 1998 het "Project LUC" (Limburgs Universitair Centrum), onder leiding van professor Hugo Gevaerts. Dit project besteedde veel aandacht aan de vulgarisatie van deze "mirakel plant" in het kader van het Agroforestry-project.

Kwasiorkor

Wanneer een kind geboren wordt drinkt het moedermelk. Deze moedermelk is een volledig voedsel, dit wil zeggen dat het alle voedselbestanddelen bevat die het kind nodig heeft om zich te ontwikkelen. Gedurende de eerste maanden is deze melk geconcentreerd en wordt "colostrum" genoemd. Later echter, wordt deze melk armer, het kind moet zich dan ook met ander voedsel voeden. Dit is de normale cyclus van de natuur, ook bij dieren.

Als de moeder opnieuw zwanger wordt, heeft ze niet genoeg melk voor haar kind. De baby heeft deze melk hoognodig en zal moeilijk overleven met het voedsel voor volwassenen. Het kan dan kwasiorkor krijgen. Dikwijls worden deze zwakke kinderen ziek en sterven ze.

Als we een evenwichtige voeding hebben, zullen we beter weerstand bieden tegen ziekten. Kleine kinderen die te veel koolhydraten en vetten eten maar te weinig eiwitten, zullen gemakkelijk kwasiorkor krijgen, vooral wanneer de moeder geen melk meer heeft. Het is ook normaal dat de moeder, die zelf te arm is en niet voldoende voedsel heeft, niet genoeg melk heeft voor haar kind.

We houden van onze kinderen en we willen hen dus gelukkig zien en goed gezond. Dit is slechts mogelijk als we weinig kinderen hebben en ze goed kunnen verzorgen. We zullen ze pas goed kunnen verzorgen indien we beginnen met goed voor ons zelf te zorgen.

Voedingscentra

Buiten het voedingscentrum "Mwana Mpendwa" (wat letterlijk betekent "Geliefd Kind") dat rond 1990 ontstond, zijn al de andere centra pas ontstaan vanaf het jaar 2000. Vandaag telt men er een twintigtal, verspreid over de stad en waarvan enkelen gegroepeerd zijn bij de "LINA" of Liga voor een toegepaste voeding. Elke home of centrum herbergt een dertigtal kinderen die lijden aan ondervoeding: "kwasiorkor of bwaki".

In het algemeen is de gezondheid en de voeding van de kinderen het grote probleem. Deze centra krijgen geen enkele subsidie van de overheid en ze behelpen zich als een niet gouvernementele organisatie (NGO). Sommigen krijgen een beetje steun in natura uit religieuze hoek zoals het Diocesane Caritas of van internationale NGO’s met een humanitair karakter.

Inlandse namen

Het areaal van Treculia africana spreidt zich uit over heel tropisch en subtropisch Afrika (Senegal, Guinea, Sierra Leone, Liberia, Ivoorkust, Benin, Togo, Ghana, Nigeria, Cameroen, Gabon, Congo-Brazzaville, Centraal Afrikaanse Republiek, Angola, Soedan, Oeganda, Tanzania, Zambia, Malawi, Mozambique, D.R. Congo en Madagascar). Het is dus in hoofdzaak een tropische plant; in de D.R Kongo is hij vooral aanwezig in het Centrale Kongo-bekken.

Zoals we reeds schreven kent de bevolking rond Kisangani deze boom goed, vandaar de vele inlandse namen volgens de vele stammen die in de Oostprovincie leven. In de regio van Kisangani en de Tchopo werden volgende namen genoteerd: mobimbo (dialect Lingala), mbimbo (dialect Turumbu), topapa (dialect Lokele), fusa of bausa (in de regio van Kisangani).

Plantvoorwaarden

Zodra de rijpe vrucht op de grond valt, wordt ze opgeraapt en in een schaduwrijke plaats gelegd in afwachting dat de schil zacht wordt (ongeveer 1 week). Dan worden de zaden uit het slijmerige vruchtvlees gehaald. Vervolgens worden de zaden meermalen gewassen met water om de slijmerige substantie eraf te halen.

Na één of twee dagen in open lucht en in een vochtige atmosfeer kunnen de zaden uitgezaaid worden. Vandaar dat de zaden in een vochtige verpakking moeten bewaard worden. Men mag de zaden nooit in de zon laten drogen want dan zullen ze niet meer ontkiemen (denaturatie van eiwitten en afsterven van het embryo).

In normale omstandigheden is de kiemingsduur van de zaden van de Treculia 2 weken en bedraagt de kiemkracht 70 tot 90 %. Gedurende de eerste groeiperiode (de eerste 6 maanden) wordt de plant in de schaduw en in een vochtige atmosfeer gehouden., en daarom veelvuldig begoten. Later heeft de plant licht nodig voor een optimale ontwikkeling en wordt ze dus in de zon geplaatst. Regelmatig onderhoud, wieden van onkruid en dergelijke is nodig, want de plantjes worden gemakkelijk overwoekerd. In normale omstandigheden verschijnen de eerste vruchten al na drie jaar.

Keukenrecepten

De Treculia africana is een houtige plant met veel toepassingen; goed bekend bij de bevolking. De kweek ervan als vruchtboom in Kisangani is het werk van het Agroforestry 3-H en het LUC project. Op dit ogenblik exploiteert het project ongeveer 10 ha met Treculiabomen. Hierbij werden er duizenden plantjes aan de bevolking en aan de voedings-centra voor de ondervoede kinderen gegeven.

De Treculia is een boom van gemiddelde grootte en kan tot 50 vruchten dragen, die zo groot zijn als een voetbal en die tot 3000 eiwitrijke zaden bevatten. Volgens pater Bijtebier zijn de zaden vergelijkbaar met vlees, dit is de reden dat wij van "plantaardig vlees" spreken bij de vulgarisatie van de boom.

In het kader van ons Ontwikkelingsproject in Kisangani voerden wij de volgende stappen uit:

Het bereiden van meel uit de zaden van Treculia

Het is niet meer nodig om de armoede in Kisangani te schetsen. De voorbije tien jaar is deze situatie door de verschillende oorlogen nog. Vele gezinnen kunnen zich geen dierlijke eiwitten (vlees of vis) meer aanschaffen. De plantaardige eiwitten van de Treculia bieden een eenvoudige en goedkope uitweg. Het Treculia-meel is dus geschikt voor de arme mensen.

Het LUC project en de ngo ADIKIS spelen een hoofdrol in de verstrekking van Treculia-bloem aan de voedings-centra in de stad. Zo was het centrum "Mwana Mpendwa" één van de eerste begunstigde van deze bloem. Sinds het jaar 2000 telt Kisangani meer dan 20 van deze centra. Vandaar een zeer grote vraag naar deze bloem. Op dit ogenblik kan de ADIKIS deze vraag niet meer bijhouden omwille van te beperkte financiële middelen.

Het maken van beschuiten op basis van Treculia-meel.

Een recept dat op punt werd gezet op basis van de treculia is het bakken van beschuiten. Men gebruikt hiervoor Treculia-meel (1/2), soja en maïsbloem (1/4 van elk). Het Treculia-meel geeft een karakteristiek aroma, dat een eigen smaak geeft aan de beschuiten.

We kunnen hier vermelden dat het Project LUC, ADIKIS en OCEAN hier een voorname gezamenlijke rol bij spelen.

Volgens de pediaters van deze voedingscentra is de gezondheid van de ondervoede kinderen, die deze beschuiten aten, goed hersteld.

Voeding voor het vee en kleinvee.

Een van de doelstellingen van de afdeling Kweek van het LUC project is de vermindering van de kosten. Hierbij wordt het dure dierenmeel voor de voeding van de varkens, kippen en jonge konijnen vervangen door Treculia-meel. Heel de vrucht wordt versneden en dient als voer voor de varkens.

Heel dit beleid is erop gericht om de kosten te drukken en zodoende worden de voedingsplanten uit onze wouden nuttig gemaakt.

Vermelden we dat sommige boeren uit Noord-Kivu de zaden van de Treculia aanvragen om deze bomen in hun plantage aan te planten om de vruchten als voedsel te geven aan hun koeien en geiten.

In het algemeen is de bevolking bewust van de voordelen die de treculia als voedingswaarde bezit. Onze ervaring bij de vulgarisatie van deze plant heeft ons geleerd waarom de boeren zich ontmoedigd voelen voor het gebruik ervan.

De levenscyclus van deze boom is lang. Zoals vermeld brengt deze boom zijn eerste vruchten pas na een drietal jaren voort. Deze wachttijd schijnt de boeren te ontmoedigen, ze willen altijd onmiddellijke resultaten.

Het werk voor het oprapen, transport en bewaren is hun te veel.

Het is zwaar werk om de zaden los te maken uit de vrucht. Zoals we hoger zagen is er heel wat inspanning vooraleer men de zaden kan gebruiken:

Zodra de vrucht gevallen is, moet er gewacht worden tot de schil zachter wordt. Vervolgens moeten de zaden losgemaakt worden uit het slijmerige en kleverige vruchtvlees, dan moeten de zaden overvloedig gewassen worden, om al de kleverige restanten te verwijderen. Dan moeten ze gedroogd worden, eerst enige dagen in de zon en vervolgens in de oven. Het moeilijkste is het verwijderen van het zaadvlies: dit is een lastige karwei omdat het met de handen gebeurt.

Het zou goed zijn voor de toekomst een mechanisch toestelletje te ontwikkelen om die vliesjes te verwijderen, zoals dat gebeurt bij koffie.

Dan moeten de zaden vermalen worden om het meel te verkrijgen. En dan volgen de eindbewerkingen nog.

Onze dank gaat uit naar alle personen die ons project in Kisangani hebben gesteund.

Onze dank gaat vooral uit naar pater Bijtebier, die gedurende lange jaren in Kongo observaties deed op deze boom uit onze wouden. Het is aan hem te danken dat de Treculia nu in Kisangani geteeld wordt.

We vergeten ook de initiatiefnemers van het 3-H project niet, die aan de oorsprong staan van de herwaardering van deze boom in Kisangani, vooral nu ons land zovele moeilijkheden kent.

We danken ook prof. Gevaerts en zijn echtgenote Manja, voor hun steun, aanmoediging en het opvolgen van het terreinwerk.

Kisangani vzw heeft eveneens een efficiënte rol gespeeld en blijft die spelen bij het Treculia-project.

Dat de "Vrienden uit België" en vele Rotary en andere vrienden-schenkers, die van dicht of van ver een bijdrage hebben geleverd voor ons werk in Kisangani, hierbij onze diepe erkentelijkheid vinden.