Kisangani vzw

Brief uit Kisangani

November 2003

Kisangani, 1 november 2003

Beste Manja en Hugo,

Het is regenseizoen in Kisangani en alle hemelsluizen staan open. De regen gutst naar beneden als een ondoorzichtige waterval… We zitten op de veranda, of de barza, zoals jullie zeggen, en genieten van de koelte, de geur van gewassen aarde en het geluid van de gietende regen.

Helaas is de regen niet alleen een weldaad. De stroom valt uit, niemand durft naar buiten en wat er nog rest van bestaande wegen wordt weer voor een stuk weggespoeld.

We zijn nu 14 dagen in Kisangani en hebben alweer heel wat meegemaakt. Het weerzien met de Congolese vrienden van de faculteit was ontroerend.

We hebben alle projecten bezocht en vol bewondering vastgesteld dat er weer een enorme vooruitgang geboekt is sedert vorig jaar.

Ondanks de (precaire) vrede is de situatie voor de bevolking niet beter geworden. De koopkracht is nog afgenomen en de armoede nog erger dan vorig jaar. Voor het eerst is er zichtbare kinderprostitutie en er lopen steeds meer dakloze straatkinderen rond.

Voor we vertrokken heb ik een bedelbrief geschreven naar vrienden en kennissen om geld in te zamelen voor het "gender" project van de Foleco ( Fédération des ONG Laïques à Vocation Economique du Congo).

An Nelissen en Peter Perceval van het Fakkelteater in Antwerpen gaven een benefiet van de "Vaginamonologen" en stortten 3000 euro.

Van andere mensen kregen we nog eens bijna 2000 euro.

We kochten voor 600 euro generische medicijnen bij een bedrijf dat uitsluitend levert aan derde wereldlanden. De rest van het geld was bestemd voor vrouwenprojecten.

Hugo, dank zij Jules Likunde, je oud-student, en baas van de Foleco, kon ik weer op pad met de dames van het "gender" project: Charlotte en Angèle.

Ze namen mij mee naar Kabondo, naar de "centre nutritionnel des femmes musulmanes". Moeders komen naar het centrum van wel 40 km ver met hun ondervoede kinderen. Vorig jaar waren hier 279 kinderen ingeschreven, nu zijn het er 618. In augustus zijn hier 13 kinderen van honger gestorven. De situatie is schrijnend: er is vrijwel niets: geen medicijnen, geen beddengoed en nauwelijks voedsel. Er is nog een kleine voorraad melkpoeder voor een drietal weken en nog wat maniokmeel. Een deel van de medicijnen en een deel van het ingezamelde geld gingen naar dit centrum.

‘s Anderendaags bezochten we een klein dispensarium, waar ik vorig jaar ook was.. Ook hier is de toestand niet verbeterd. Waar er toen nog gemiddeld één bevalling per dag was, zijn er nu nog een drietal per maand. De vrouwen moeten een bijdrage leveren van 2 euro om hier te bevallen, maar vrijwel niemand kan dat nog betalen. Dus bevallen de vrouwen thuis, met alle gevolgen vandien.

Ik heb ook nog kennis gemaakt met Mama Anna. Ze is 64, weduwe en moeder van 16 kinderen. Twee jaar geleden liep ze op een mijn die door de Oegandezen op haar veldje was achtergelaten en zo verloor ze haar twee benen. Maar ze laat de moed niet zakken en verdient nu de kost met naaiwerk.

Het is bijna niet te verklaren waar de vrouwen de moed vandaan halen om iedere dag opnieuw te vechten om te overleven. Ze bewerken hun veldjes, maken zeep, bakken koekjes, verkopen breiwerk, lopen kilometers ver met vrachten van wel 80 kilo en dan zorgen ze ook nog voor hun gezin.

Het geld van het Fakkelteater wordt gebruikt om mamans kleine sommen te lenen.

Hoe belangrijk die kleine bedragen zijn toont het volgende voorbeeld: "Een maman vertrekt ’s ochtends naar de markt zonder 1 Congolese frank op zak. Bij een groothandelaar wil ze een zak rijst kopen om die verder door te verkopen. Dat kan dus alleen op krediet. In plaats van de normale prijs van 30 dollar zal ze 40 dollar moeten betalen. Als ze dan na twee of drie dagen hard werken de leverancier betaald heeft, houdt ze hooguit nog één dollar of twee over. Als ze een microkrediet heeft van 30 dollar, kan ze haar rijst tegen de normale prijs inkopen. Haar winst bedraagt dan 10 dollar of meer, ze is na een maand of vier in staat om de lening terug te betalen tegen 2% interest en ze kan op eigen kracht verder. De 30 dollar worden dan aan een andere vrouw geleend."

Ook de oorlogsweduwen en wezen, de Aidswezen en andere "vulnérables" kregen een deel van het geld dat we meekregen…

Maar laat mij op een vrolijke noot eindigen: op een avond gingen we met zijn allen eten in "le resto du cœur", een restaurantje van de organisatie "Femmes Plus", waarvan de opbrengst naar aidswezen gaat.

Na de maaltijd kwamen de mamans mee naar hier, we hadden veel pret en zongen en lachten tot een stuk in de nacht.

Intussen kijkt iedereen hier al uit naar jullie komst in januari!

Alvast veel groeten van alle Congolese vrienden en tot weerziens in België.

Kris