Kisangani vzw

Boekennieuws : Biografie van een mythe

November 2003

PNG - 183 bytes
Erik Kennes en Munkana N’Ge
Essai biographique sur Laurent-Désiré Kabila
Afrika Instituut/ASDOC - L’Harmattan, Tervuren/Parijs
2-7475-4287-4
€ 35

Het overkwam Kongospecialist Erik Kennes, die verbonden is aan het Afrika Instituut van Tervuren. Net op het moment dat Kennes de laatste hand wilde leggen aan de biografie van wijlen Laurent-Désiré Kabila wordt de eerste president na Mobutu vermoord. Weg project, weg boek, denk je dan. Natuurlijk niet. Vader Kabila heeft in de geschiedenis van de Democratische Republiek Congo een pivotale rol gespeeld. Bovendien is het leven van de oud-maquisard zo boeiend en vaak zo moeilijk te doorgronden dat het zonde zou zijn om die biografie niet af te werken. Maar dat Kennes’ teleurstelling bij de aanslag bijzonder groot was, spreekt voor zich.

De moord op Laurent Kabila betekende wel dat veel mensen die hem van nabij kenden, echt durfden praten. "Voor de dood van Kabila was het moeilijk om aan informatie te raken, je kreeg een heel stereotiep ideologisch discours", zegt Erik Kennes. "Dat veranderde na zijn dood." Cruciaal in het leven van de eerste president na Mobutu vind Kennes de moeilijke verhouding die hij met zijn vader had.

Kabila had in het begin van de jaren zestig zeker twee ontmoetingen met Ernesto Che Guevara, de Argentijnse medestander van Fidel Castro, die het heilige vuur van de revolutie ook in Afrika wilde doen ontbranden. Hoewel Che Kabila in potentie een goede revolutionair vond, zag de Zuid-Amerikaan meteen dat "de keizer geen kleren had en dat de Kongolese rebellen vooral met hun eigen disputen bezig waren", aldus Kennes.

In tegenstelling tot de meeste Kongolese rebellen, die uitgeschakeld of gerecupereerd werden door Mobutu, slaagde Kabila erin te overleven. Tijdens de jaren zeventig en tachtig was het redelijk stil rond deze man die enkel nog met een spectaculaire ontvoering van enkele Westerlingen in het nieuws kwam. Tot eind 1996 Kabila uit zijn maquis opdook als leider van een groepje rebellen dat met Rwandese en Oegandese steun verbazend snel kon doorstoten tot Kinshasa waar een doodzieke president Mobutu niet anders kon dan opstappen.

De eigenzinnige Kabila weigerde een echte dialoog met de Kongolese civiele oppositie aan te gaan. Toen hij zich wilde losrukken van zijn Oegandese en Rwandese broodheren, kon hij enkel met de steun van enkele buurlanden (Angola, Zimbabwe) overleven. Na een nog altijd niet opgehelderde moordaanslag in januari 2001, werd Kabila opgevolgd door zijn totaal onervaren zoon Joseph die tot nu toe behendiger en diplomatischer door het Congolese politieke mijnenveld laveert dan zijn betreurde vader.

Het biografische essay van Erik Kennes is geen makkelijke literatuur - het is op de eerste plaats een wetenschappelijke studie met vaak tegenstrijdige berichten en vage speculaties die het werk van een biograaf echt niet makkelijker maken. Dit maakt het werk van Erik Kennes daarom niet minder boeiend. De auteur geeft af en toe een boeiende inkijk in het leven van deze omstreden man. Zo leren we dat Laurent Kabila in Katanga zijn vriend Roger Kabulo op de gitaar begeleidde. Eind jaren vijftig speelde Kabila zelfs in een trio dat feestjes in Elisabethstad opvrolijkte. De oud-president componeerde zelfs. Zo is het liefdesliedje ’Fillette’ van zijn hand en het chanson ’Domingo Jazz’ was tegelijkertijd de naam van het orkestje waarin Kabila met zijn oom van moederskant Jean Tshingambo optrad.