Kisangani vzw

Alisi (2)

Mei 2003

[Nederlands] [français]

Een ongelooflijke levenservaring hebben vele Kongolese vrouwen opgedaan. Bezetting, onderdrukking, oorlog, armoede, besmettelijke ziekten, hoe groot ook de tragedies, steeds bleven vrouwen overeind en hun waardigheid behouden. Alice of Alisi zoals ze genoemd wordt is één van de vele voorbeelden. Al behoort ze niet bij de ‘intellectuelen’, ze kent vele werelden en milieus: die van de blanken, van de katholieken, de protestanten en de kibanguisten, het milieu van de militairen en de politiekers en de culturen van verschillende stammen.

Vraag maar of ze het bestaan van de “mwasi na nkoi” (vrouw van de luipaard) bij de Babuabevolking kent. Zoals ze hun vermaarde keukengerechten uit haar potten kan toveren spreekt ze het kibua perfect… en kent ze hun gebruiken en tradities.

Wanneer in een dorp bij de Babua’s de luipaard ’s nachts kippen, geiten en honden begint te roven dan verdenkt men een vrouw in het dorp in het geheim een luipaard als echtgenoot te bezitten. Deze “mwasi na nkoi” (vrouw met luipaard) geeft opdracht aan de luipaard die geit bij die bepaalde familie voor haar te gaan halen. Het dorp staat in rep en roer. De notabelen verzamelen alle vrouwen die ondervraagd worden. Eén vrouw zal bekennen dat zij de “mwasi na nkoi” is. Meestal volgt gevangenisstraf.

Natuurlijk moeten blanken weer ‘met hun verstand’ het bestaan daarvan ontkennen door te zeggen dat die luipaard te oud geworden is om nog op antilopen te jagen en daarom ’s nachts in een dorp een gemakkelijke prooi uitkiest. Maar dan zeg ik dat Moboavrouwen geen oude luipaard aan de haak slaan. Vaak heb ik met Alisi over dit fenomeen gekeuveld. Zij heeft er gekend, vrouwen die een luipaard hadden. Einde de jaren vijftig moest er in de materniteit van Titule een “mwasi na nkoi” bevallen. Er waren toen nog blanke zusters. Een misdienaar van de paters Norbertijnen zag de zuster uit het moederhuis komen met iets in een handdoek gewikkeld. Waarschijnlijk een doodgeboren kindje dat ze naar het kerkhof droeg. Maar bij nader toezien zag het jongetje het kopje van een babyluipaardje. Alleen de Babua’s geloven in de “mwasi na nkoi” omdat het bestaan ervan alleen voorkomt bij hun bevolking.

Toen ik jaren geleden een bezoek bracht aan mijn vriend chef Mbage zaliger, een traditionele chef van de Babua’s die ook een staatsfunctie had vertelde hij mij een boeiende anekdote. Het was bij valavond en één van zijn vijf vrouwen had ons palmwijn geschonken waarvan we eerst wat op de grond goten ter ere van de voorvaderen.

“Erik, je bent op de hoogte van onze gebruiken. Onlangs was ik verplicht een “mwasi na nkoi” op te sluiten. Deze morgen kwam de politieman die ’s nachts de gevangenis moest bewaken rapport brengen. Hij was ’s nachts enorm geschrokken want een luipaard was op het golfplaten dak van de gevangenis gesprongen om zijn “mwasi na nkoi” te vinden.” “Ik weet dat ik aan blanken zo iets niet moet vertellen,” zei hij, “maar aan u wel.” Toen voelde ik me zwart worden.

Eugenie of was het Pelagie ? schonk nog eens in.

Alisi kende de familie Mbage zeer goed. Wanneer iemand van de familie naar Kisangani komt (450 km ) vergeet men niet Alisi te komen groeten. Ze vinden er ook logement. Mbage had wel meer dan 20 kinderen en ik kan ze niet allemaal uit elkaar houden. Alfred, één van de zonen, schreef ons onlangs in het Frans dat hij gelukkig was over ons nieuws te vernemen van Alice. Dit was de reden van zijn schrijven. Als God het wil zullen we elkaar nog ontmoeten, lees ik hoopvol. Het triestige nieuws dan: de vrouwen van papa: mama Eugenie, mama Pelagie en mama Jacqui zijn allemaal gestorven. Bij Alisi in Kisangani zullen vele naar de stad uitgeweken Babua’s van Titule in de rouw hun troost gevonden hebben.