Kisangani vzw

Alisi (1)

Januari 2003

[Nederlands] [français]

Ach, Lufutu, je treurt om je vermoorde zoon. Drie maal schreef ik in Boyoma over jou. Nu laat ik je met rust. Zoek maar het huis van Mama Alisi op, je krijgt er troost.

Maar je brengt me wel op een goed idee. Over Alisi zal ik schrijven. Eén van de vele eenvoudige volksvrouwen in Kisangani. Geen mediafiguur. In de zone Tshopo waar ze woont is ze een gerespecteerde vrouw. Bekend is ze ook in Mangobo, jouw zone, Lufutu. Want jij babbelt veel over haar. Jij bent een sprekende gazet, maar dan een gazet met tachtig procent goed nieuws. Gelukkig, want zo maak je het landbouwproject bekend en beginnen de mensen in uw buurt Treculia-bomen (waarvan de vruchtpitten zo eiwitrijk zijn) te planten. Alisi komt van haar doopnaam Alice. Wat ik over haar zal vertellen weet jij wellicht ook, Lufutu, maar niet elke lezer(es) van Boyoma. Egayi is haar Bantoenaam. De betekenis ken ik niet en haar andere namen ben ik kwijt. Ze behoort tot de kleine stam der Bakango’s die de oevers van de rivier Uele (NO van Kongo) bewonen en er leven van visvangst en handel. De Uele is een lange rivier. Haar oorsprong ligt in Malengoya, daar waar de weg Titule - Ango onderbroken wordt door de Uele. Ze is verwant met de Bazande en spreekt het Kizande perfect, ook het Kibua de taal der Babua’s een buurstam met de beste keuken van Kongo. Als men haar vraagt tot welke stam ze behoort antwoordt Alisi dat ze Azande is, behalve wanneer ze vermoedt dat je haar streek kent, dan zegt ze fier Mokango te zijn. Als kind liep ze, in de jaren vijftig, school bij de zusters die haar een mondje Frans leerden maar vooral veel vaardigheden als koken, naaien, haken en alles wat volgens westerse normen goed was. Wat volgens bantoenormen goed was heeft ze gelukkig nooit verleerd.

Niet lang genoot ze onderwijs. De Azandevrouw, Monica, gehuwd met Kamiel Nobels, een beroemd en berucht koffieplanter in Dangabu (nabij de Uele) nam haar bij zich als keukenhulpje. Dit gezin had twee zonen en een dochter. Alisi leerde er heel wat.

Later kwam ze terecht in Kisangani (bijna 500 km van haar streek), hoofdstad van de Oostprovincie. In het jaar 1982 werd ze, op aanraden van zoon Nobels, bij ons in dienst genomen als huishoudster. Voor de karweien buiten was er Lufutu. Om de woning te bewaken ’s nachts was er meestal een melaatse die een cent wou bij verdienen.

Alisi was niet gehuwd en had zes kinderen. We leerden haar kennen als een merkwaardige vrouw. Ze kende haar rechten en plichten, vertolkte de verlangens van haar mannelijke collega’s en was, wat niet zo evident is, hen duidelijk de baas, zonder baas te spelen. Nooit maakte ze misbruik van haar vertrouwenspositie. Hoogmoed kende ze niet en slaafsheid nog minder. Vervelende militairen wist ze goed aan te pakken, bij de ene was ze diplomatisch, bij de andere greep ze verbaal kordaat in. Mensenkennis had ze, zowel over blank als zwart, waar een dokter in de psychologie wat kon van leren. Met mijn vrouw, Magda, klikte het. Zo leerde Magda de beste moambe maken. Het feestelijk gerecht van de Kongo. Mmm… Misschien verklap ik wel het recept in het volgend nummer. Mama Alisi had zes kinderen groot te brengen. Later moest ze inspringen voor de kleinkinderen. In de jaren negentig werd het zeer moeilijk. Vele Belgen moesten in 1990 het land verlaten. Meer werkeloosheid. Alisi werd slachtoffer. Soms een beetje werk bij missiezusters, of een handeltje drijven.

Wanneer Kabila met zijn leger Kisangani binnentrok om verder naar Kinshasa op te rukken, liet een jonge buurvrouw haar dochtertje van vier in de steek om met een soldaat mee naar de hoofdstad te trekken. Alisi nam het kind bij haar in huis. Haar mama? Alisi! Twee jaar geleden werd haar huis kapot geschoten door vreemde soldaten. Onder haar leiding bouwen haar zonen een nieuwe woning. Telkens Hugo Gevaerts naar Kisangani kwam mocht Alice voor Hugo en gezelschap gedurende een maand koken. Dat Hugo haar dan materieel steunde voelde hij aan als zijn plicht.

(wordt vervolgd)