Kisangani vzw

Algemeen overzicht van de projecten

2013

[Nederlands] [français] [English]

Situering

Kisangani, de hoofdplaats van de Oostprovincie in Kongo, lag tot voor kort helemaal afgezonderd van de buitenwereld. Hoewel de stad gelegen is aan "de bocht in de Kongo-rivier", gaat het nog altijd slecht met de bevoorrading. De stad haalde vroeger haar voedsel uit de verre omgeving: de wekelijkse boot vanuit Kinshasa vaart nog niet regelmatig en de aanvoer vanuit het oosten per vrachtwagen is niet mogelijk omdat de wegen vernield of onveilig zijn. Veel voedsel arriveert nu per vliegtuig en alle goederen zijn zeer duur.

Op de markt was vroeger vlees voorhanden, veelal wild, zoals apen en antilopen, geboucaneerd, half geroosterd. Dit vlees moest van ver komen omdat de dieren uit het bos in de nabije omgeving al lang weggevangen zijn. Op het ogenblik is er geen vervoer en komt er zeer weinig wild op de markt. Vlees van ter plaatse gekweekte dieren, geiten, varkens en kippen, is zeer duur omdat er eigenlijk veel te weinig wordt gekweekt. Apen op de markt aap Het telen van voedingsgewassen, behalve dan maniok, en het kweken van dieren is geen traditie in de evenaarstreek. De mensen leven van de jacht, van visvangst en van rondtrekkende landbouw na ontbossing met verbranding.

Door de groei van de bevolking rond Kisangani is die traditionele voedingswijze totaal ontoereikend geworden. Vis is zeer duur omdat hij steeds van verder op de stroom moet komen. De regio rond Kisangani is overbevist en de broed- en paaiplaatsen zijn vernield.

Als bron van zetmeel is er de alomtegenwoordige maniok. Dit is echter een zeer arm en eenzijdig voedsel. Maniok bevat nagenoeg geen eiwitten. De Bakumu telen bijna uitsluitend maniok. Vroeger kwam er rijst uit het binnenland. Vermits er nu geen vervoer mogelijk is, is die rijst schaars en duur. In en rond de stad hebben de bewoners velden aangelegd. Ze planten er maïs, bananen, boontjes en soja. De gronden zijn er echter arm en vlug uitgeput.

Doelstellingen

De mensen zijn arm, de noden zijn groot. Met de academici van de Faculté des Sciences van de Universiteit van Kisangani, die we gevormd hebben en met wie we nu ongeveer vijftien jaar samenwerken, kunnen we iets aan die voedselvoorziening doen.

We willen op grotere schaal de bevolking aanmoedigen zelf meer voedingsgewassen te telen in velden met groenbemesting. Samen met een tiental professoren en een twintigtal assistenten kunnen we de bevolking rechtstreeks leren hoe aan groenbemesting te doen (agroforestry met hagen van Leucaena, Flemingia, Acacia en Calliandra). Kunstmest immers, is in Afrika, omwille van het vervoer veel te duur.

Ook willen we de bevolking zaden en voedingsplanten geven die beter geschikt zijn. De medewerkers van de Faculteit zijn daar al jaren mee bezig. Zo telen ze betere variëteiten bananen, met honderden nieuwe plantjes, met nieuwere methoden in het laboratorium. Verder worden vruchtbomen als Treculia met eiwitrijke zaden en ook avocado en ananas massaal aangeplant.

We willen de kweek van kleinvee, konijnen, varkens en vissen bevorderen door de bevolking kuikens van aangepaste rassen, konijntjes en pootvis te bezorgen. Tot nu toe was er weinig kweek van konijnen in Kisangani. Daar komt nu verandering in. Varkens worden gekweekt in omheiningen, zodat de mest kan dienen voor de velden. Voor ons is dat vanzelfsprekend, in tropisch Afrika is het niet evident.

De visteelt in Ngene Ngene, met vijvers waarvan de totale oppervlakte bijna twee hectaren bedraagt, kent veel navolging: in en rond de stad zijn talloze vijvers aangelegd. Het project zorgt voor pootvis.

In Djubu Djubu, een moerassige vallei midden in de stad, werd een rijstveld aangelegd. Dit is een succes: bevloeide rijst brengt drie maal meer op dan de droog geteelde rijst. De teelt van rijst en vis in dezelfde vijvers krijgt nu navolging door de bevolking.

Een verdere doelstelling van het project is de herbebossing van verschillende gebieden in en rond de stad, door het aanplanten van plaatselijke boomsoorten: vruchtbomen zoals de Treculia met eiwitrijke zaden en andere soorten die als brandhout of als houtskool kunnen dienen, onder meer Albizia, Acacia, Miletia of Delonix.

woud Bijzondere aandacht is er voor natuurbehoud, onder meer het reservaat in Masako (2000 ha primair woud) en de eilanden Kongolo en Mbiye (1000 ha primair woud). In dit verband hebben we contact opgenomen met de plaatselijke autoriteiten.

Op dit ogenblik houdt het project zich bezig met verschillende dorpen. Samen met de bewoners telen we verschillende voedingsgewassen en kweken we varkens in omheiningen. Ook begeleiden en helpen we veel kleine vrouwengroepen. Zij zijn erg actief en op hen stellen we onze hoop. We willen hen ook fietsen bezorgen, omdat dit geschikte transportmiddelen zijn.

vrouwen aan het werk Een recente doelstelling is de opvoeding van kinderen. De leraren van verschillende schooltjes bezoeken de realisaties van het project en samen met de leerlingen maken ze een demonstratieveld. De kinderen leren composteren en bemesten.

De Kongolese professoren en assistenten van de Faculté des Sciences begeleiden de werkzaamheden en kunnen als monitoren optreden. Ze volgen de teelten, ze volgen de kweek en vangen de problemen op. Voor hun verplaatsingen hebben ze enkele moto’s van het project en een terreinwagen, geschonken door de Rotary.

Voorgeschiedenis

Het agroforestry-project (akkerbosbouw) van de Faculté des Sciences in Kisangani loopt nu al meer dan vijftien jaar. Het project ontstond in 1988 uit het UTS project 14 (Universitaire Technische Samenwerking, 1976-1990). Dit samenwerkingsproject "Conservation de la Nature" stond bekend als één van de beste van het toenmalige Zaïre. Een groot aantal beursstudenten hebben hun doctoraat afgelegd in Belgische universiteiten. We hebben in Kisangani een goede ploeg gevormd, met wie we nu nog samenwerken. We hebben dit project samen met hen uitgewerkt.

In 1995 kregen we een 3H (Health, Hunger and Humanity) Grant Rotary-International project (108.000 $ voor de duur van vier jaar).

projectgroep LUCIn 1998 hebben we vanuit het Limburgs Universitair Centrum (LUC) een Netwerk voor Rurale Ontwikkeling opgezet, met de hulp van de VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad) en het DGOS (Directie Generaal Ontwikkelingssamenwerking), 300.000 euro voor de duur van 5 jaar (1998-2002). Een in Kisangani opgerichte NGO "ADIKIS" heeft het Belgische DGOS om ondersteuning gevraagd. Hier in België hebben we in 1999 Kisangani vzw opgericht om dit project blijvend te ondersteunen.

Algemene beschrijving van de activiteiten

Akkerbosbouw

hagenHet project wil een geïntegreerde landbouw bevorderen door het introduceren bij de bevolking van nieuwe groenbemestingmethodes met hagen van o.a. Leucaena, Flemingia, Acacia en Calliandra tussen de teelten. Het zijn de struikvormige peulgewassen met kleine blaadjes, uit de natuurlijke vegetatie, die het meest geschikt zijn om de bodem te herstellen. Hun wortels bevatten wortelknolletjes waarin bacteriën voorkomen, die de stikstof uit de lucht omzetten zodat die door de planten kan gebruikt worden, daar waar geen natuurlijke nitraten meer voorkomen in de bodem. Wanneer nu, door natuurlijke bladafval of door snoei, de bladeren op de grond terechtkomen, ontstaat er een rottingsproces, zodat dit ontbonden plantenmateriaal kan omgezet worden tot nitraten. Struiken met fijne blaadjes, met langdurige bloeiwijze, zijn dus aangewezen omdat de omzetting sneller kan gebeuren. Dit is een bacterieel proces. Deze nitraten herstellen de bodemvruchtbaarheid.

De voorbije jaren hebben we heel wat hagen aangeplant bij allerlei dorpsgemeenschappen. Het ligt in onze bedoeling al deze aanplantingen en het snoeien van de hagen in die gemeenschappen en dorpen op te volgen, tijdig snoeien van de hagen en wieden is immers noodzakelijk.

Ook willen we het planten van meer eiwitrijke voedingsgewassen aanmoedigen, zoals soja, vinja (boontjes) aardnoten, maïs enz.

Boomgaarden

Verschillende fruitbomen worden aangeplant, zoals de Treculia, een boom met zeer eiwitrijke zaden die in het woud voorkomt. Hiermee kunnen we de ondervoeding bestrijden en de omgeving herbebossen.

Op de vele braakliggende terreinen rond de stad en op het eiland Mbiye worden plaatselijke boomsoorten aangeplant, die als bodemverrijker en als brandhout kunnen dienen, onder meer Albizia, Acacia, Miletia en Delonix.

treculiaSinds 2000 werden er 500 Treculia-bomen, 300 palmbomen en meer dan 2000 fruitbomen zoals safoebomen en avocado geplant. Tussen de rijen werden er 20.000 ananasplantjes gezet.

Groenteteelt met compostering

We willen een geïntegreerd productiesysteem op punt stellen. Dit is gesteund op het principe van bodemherstel. Het gebruik van landbouwafval zorgt voor het recycleren van voedingselementen en bevordert de vruchtbaarheid van arme gronden.

ananasDit veronderstelt een geïntegreerde landbouw, die teelten en kweek verenigen: het afval van de cultuurgewassen voedt de dieren; omgekeerd zal de dierlijke mest de grondstof vormen om de bodem te verrijken voor de voedingsteelten. Zodra de tuinbedden genoeg verrijkt zijn door dierlijke mest en stro, gaan we over tot het planten van teelten als tomaat, selder, aubergine, amarant en bieslook. Wisselbouw wordt toegepast om ziekten te voorkomen die opduiken door voortdurend dezelfde teelt te verbouwen.

Bananenteelt

Bananen vormen het basisvoedsel voor ongeveer alle tropische bevolkinggroepen. Dit geldt ook in Kongo. Naast de dessertbanaan heeft men de Plantain-banaan of kookbanaan.

bananenWe hebben in totaal meer dan 9.000 banaanscheuten geplant op de faculteit, in Ngene Ngene, in Simi Simi, in Masako en vooral op het eiland Mbye. Sinds januari 2000 werden 27 ton bananen oogsten. De in vitrocultuur kan de vraag uit de stad niet volgen. Deze cultuur gaat uit van meristeemcellen (cellen uit de groeitop) die in petriplaatjes met kunstmatige voedingsbodem, gekweekt worden. Op die manier kunnen honderden plantjes bekomen worden. Dit gebeurt in het laboratorium.

Een uitwisseling van geselectionneerd materiaal met andere stations in Afrika en elders laat toe verbeterde variëteiten te bekomen. Dit werk gebeurt in samenwerking met INIBAP (International Network for the Improvement of Bananas and Plantains) aan de KULeuven.

Rijstteelt

Midden in de stad, tussen de studentenhomes en een woonwijk, ligt de moerassige vallei van Djubu-Djubu met een oppervlakte van 5 ha, waarvan 3 ha bebouwd is met rijst. Hiervan behoort de helft tot de universiteit, de andere helft tot andere gemeenschappen.

rijstveldenBevloeide rijst brengt drie maal meer op dan rijst die droog wordt geteeld. Deze rijstteelt lukt zeer goed en wordt nu geteeld op de vele moerassige plaatsen in en rond de stad.

De rijst- met visteelt samen (rizi-piscicultuur) geeft volgende voordelen:

  • de productie van vis en rijst op hetzelfde terrein, met dezelfde arbeidskrachten;
  • onkruid, insecten en parasieten bv. muggenlarven (malaria) worden opgegeten door de vissen;
  • het ter beschikking komen van voedsel voor de vissen o.a. het pollen van de rijstbloemen en het plankton rond het verwelkt plantenmateriaal;
  • de moerassen worden in cultuur gebracht;
  • het voorkomen van diefstal met werpnetten;
  • gemeenschappelijk beheer en begeleiding.

Deze teelt wordt nu in Djubu-Djubu toegepast. Er werden 20 vijvers van 20 op 50 m manueel uitgegraven. Het project verschaft de mensen laarzen, het gevaar van bilharziose is groot (lever- en blaasinfectie veroorzaakt door een zuigworm Schistosoma die in zoet water voorkomt).

Hoenderkweek

In Kongo is het hoogst ongebruikelijk om hoenders te kweken in hokken, laat staan deze dieren te voeden. Nochtans zou dit een oplossing zijn in de steden.

haanAllerlei eieren van hennen en parelhoenen worden uitgebroed en met weinig middelen worden hokken gemaakt. Het ligt in de bedoeling allerlei soorten kuikens aan de bevolking te verkopen. De lokale kale-nek-hen wordt gekruist met grotere rassen uit het oosten van het land. Deze kippenkweek is nu volop aan gang. Elke maand liggen er ongeveer 100 eieren in de zelfgemaakte broedstoof. De volwassen hanen en hennen die niet geschikt zijn om te kweken, worden verkocht. De meest actieve vrouwengroeperingen krijgen eieren van geselecteerde dieren.

Bij de visvijvers in Ngene Ngene zijn we gestart met de kweek van eenden. Deze leven onder meer van visafval en hun uitwerpselen voeden de vijvers.

Kleinwild in Kisangani, Konijnen- en Varkenskweek

Het woud rond Kisangani wordt meer en meer bedreigd. De druk van de jacht op de wilde dieren is zo hoog, dat deze niet meer voorkomen in een straal van een honderdtal km rond de stad. Nochtans eet de lokale bevolking veel klein wild. Er werd dus gedacht aan de kweek van de rietrat (Tryonomys swinderianus).

konijnenOmdat deze kweek niet volstaat om aan de behoefte te voldoen zijn we begonnen met konijnen. Deze kweek is weinig bekend bij de bevolking in Kisangani. Hier zijn we nu goed mee bezig. In 2003 hebben we meer dan 800 dieren gekweekt. De dieren zitten in zelfgemaakte hokken van bamboe. Deze kweek wordt vooral aan de vrouwengroeperingen aangeleerd, ze krijgen jonge dieren samen met de kooien.

varkensBij de konijnen was er op een bepaald moment een hoge sterfte bij gebrek aan medicamenten. Op dit moment komen er regelmatig medicijnen vanuit het oosten van het land en worden de kleine dieren ingeënt.

De varkenskweek werd opgestart in 2002. Deze kweek is zeer lonend en geeft meer perspectieven. We hebben tot nu toe meer dan 400 dieren gekweekt.Hier leren we de bevolking aan om varkens in omheiningen te plaatsen. Zo kan men de mest recupereren om de velden te verrijken.

Visteelt

Het visteeltstation in Ngene Ngene dateert van de koloniale periode. De vijvers waren echter vervallen en toe gegroeid. In de jaren 80 waren we begonnen om ze terug functioneel te maken. In 1990 waren deze werken stil gevallen. Hier wordt nu verder aan gewerkt. De verantwoordelijke van de visteelt heeft een stage gevolgd in het visteeltstation in Butare (Rwanda).

visvijversDe infrastructuurwerken zijn nu ongeveer ten einde. Verschillende vijvers zijn verder uitgediept en de bodem is aangepast zodat de vijvers volledig droog gemaakt kunnen worden. Dit is nodig om de vijvers enkele dagen in volle zon steriel te kunnen maken.

Metselwerk werd uitgevoerd om het kanalensysteem te herstellen en aan te passen. Ook werd er een afvoerkanaal uitgegraven die de rivier omleidt. Bij hevige regenval is dit noodzakelijk omdat overstroming de dijken aantast en veel vis en voedsel verloren gaat. Twintig vijvers staan nu onder water.

kom met tilapiaDe Clarias of katvis is vanouds zeer gewaardeerd bij de inlandse bevolking. De kweek ervan stuit op grote problemen: de vis reproduceert zich niet in artificiële vijvers. Bij de kweek van de Tilapia stelt zich een tegengesteld probleem: de vissen reproduceren zich ver onder het normaal commercialiseerbaar gewicht. Voor beide problemen zijn tegenwoordig oplossingen gevonden. De Tilapia houdt men steriel. Bij de katvis kan men op een eenvoudige manier de reproductie stimuleren.

De vijvers zijn nu voor meer dan 80% gevuld met pootvis van Tilapia en Clarias. Op regelmatige tijdstippen worden de vijvers leeg gemaakt.

Eiland Mbiye

Even stroomopwaarts van de stad ligt het eiland Mbiye. Het is 17 km lang en 4 km breed. Het westelijke deel is kaal gekapt en er liggen verschillende dorpen langs de oever. Op het oostelijk gedeelte bevindt zich nog oorspronkelijk evenaarswoud. Dit woud willen we bewaren. Hiervoor hebben we de steun van de autoriteiten van de stad.

Bewoners van het eiland MbOm toezicht te houden op het behoud van het woud zijn er bospaden aangelegd. De circulaire paden, 2 m breed, hebben een gezamenlijke lengte van 16 km. Deze worden doorkruist door longitudinale (6 km) en transversale (9 km) paden met een breedte van 1 m. Omheen het woud werden een duizendtal boompjes aangeplant. Deze vormen een bufferzone. Vier boswachters staan in voor het toezicht. Werkbezoeken door verschillende autoriteiten zijn voorzien op regelmatige tijdstippen. Ook houden we besprekingen met de lokale bevolking.

In de verschillende dorpen op het eiland leren we de bewoners de agroforestry-methoden aan, dit zijn landbouwmethodes met groenbemesting. We hebben er grote velden aangelegd.

Bij het dorp Batiabetua hebben we samen met de bewoners een vijftal velden gemaakt van telkens 1 ha met voedingsgewassen tussen hagen met groenbemesting. Verder werd er een boomkwekerij aangelegd voor 1200 boompjes. Van de 600 bomen zijn er 400 fruitbomen en 200 voor houtwinning aangeplant. Bij het dorp Puku hebben we ook 4 ha velden met groenbemesting aangelegd. Hier werden reeds 540 kg boontjes geoogst. Gedurende 4 jaar zijn over heel het eiland geselecteerde bananenplantjes geplant. Die brengen nu elk jaar meer dan 3300 kg bananen voort.

Bananen op MbyeWe zijn ook met de kweek van allerlei dieren begonnen. De varkenskweek op het eiland bestaat reeds uit 70 dieren. Deze kweek gebeurt in omheiningen zodat de mest kan dienen voor de velden en loslopende varkens die velden niet meer omwoelen.

We willen de mensen bewijzen dat ze er voedsel kunnen winnen zonder dat ze heel het woud moeten omhakken. Het project op het eiland is een voorbeeld van een rurale ontwikkeling met behoud van de natuur.

Het landelijk schooltje in Batiamaduga

Gelegen op 15 km op de weg Kisangani-Buta vormt de lagere school van Batiamaduga een landelijke school van de stad Kisangani. Het doel bij deze lagere school is de vorming en de bewustmaking van de schoolgemeenschap rond het milieu: educatie door een voorbeeld.

SchoolkinderenEén maand na het begin van het schooljaar schommelde het aantal leerlingen rond de honderd. Bij het begin van het schooljaar 2003 - 2004 hebben we materiaal gegeven: voor de kinderen, schriften en stylo’s, en aan heel de school krijt, bordvegers en bordverf. Eén week na dit gebaar is het aantal leerlingen gestegen tot 400, de school herleeft.

Dank zij de effectieve participatie van leraren en leerlingen hebben we een modelveld van één hectare verwezenlijkt. Dit veld ligt vlak achter de school, op braakliggende, arme grond. Met deze actie willen we de leerlingen tonen dat men zelfs arme grond weer vruchtbaar kan maken door composteren met organisch- en huisafval, met mest van dieren en door aanplanten van hagen voor groenbemesting.

We willen de bevolking bewijzen dat het mogelijk is om de velden dichter bij hun woningen te brengen, in tegenstelling tot het begrip van veel boeren die hun velden ver van het dorp, midden in het woud aanleggen. Het veld van de school is omgeven door een bamboeomheining om de nadelen te vermijden van rondlopende dieren van het dorp, geiten en varkens. Het vrij rondlopen van huisdieren in het dorp is ook een reden die de dorpelingen ertoe brengt om hun velden ver van de woningen te maken, vandaar een nefaste continue ontbossing.

veldDit schoolveld wordt beheerd door een schoolcomité dat bestaat uit leerlingen, leraren, het schoolhoofd en het dorpshoofd. De opbrengst van deze landbouw zal de schoolactiviteiten steunen.

De leerlingen, de leraren, de directeur, het dorpshoofd en de leden van de faculteit werken samen om te produceren op school en op deze manier het ecologische inzicht te ontwikkelen, dit wil zeggen het rationeel beheer van de natuurlijke rijkdom.

Deze steun aan de school komt heel het dorp ten goede en zal zeker navolging krijgen.